Kunstenaarstijdschriften01
Kunstenaarstijdschriften01
Kunstenaarstijdschriften02
Kunstenaarstijdschriften02
Kunstenaarstijdschriften03
Kunstenaarstijdschriften03

tentoonstelling

Kunstenaarstijdschriften : een alternatief podium voor kunst

Bibliotheektentoonstelling

Onder de titel Een alternatief podium voor kunst presenteert de bibliotheek een keur aan tijdschriften die zijn vervaardigd door kunstenaars. Evenals kunstenaarsboeken worden deze tijdschriften veelal gebruikt als een alternatief podium voor de kunst.

Voor deze presentatie is een selectie gemaakt uit de collectie van de museumbibliotheek. Op de bovenverdieping worden de meer klassieke en oudere voorbeelden getoond met tijdschriften als ‘Die Schastrommel’, ‘Die Drossel’ en ‘Krater und Wolke’, het Engelse ‘The Enemy’ en exemplaren van de Franse ‘Situationist’. ‘Die Schastrommel’ en ‘Die Drossel’ onder redactie van Günter Brus bevatten bijdragen – soms met gezeefdrukte omslagen – van o.a. Rudolf Schwarzkogler, Gerhard Rühm, Otto Muehl en Hermann Nitsch. Het anarchistische kunsttijdschrift ‘Die Schastrommel’ (i.e. later ‘Die Drossel’) is spreekbuis van de zogenaamde ‘Österreichische Exilregierung’, die door Brus werd opgericht nadat hij was uitgeweken naar Berlijn. A.R. Penck’s ‘Krater und Wolke’ uit de jaren ‘80 bevat teksten, foto’s, etsen en houtsnedes van een groep kunstenaars rondom de galerie van Michael Werner. ‘Krater und Wolke’ vormde een brug tussen Oost- en Westduitse kunstenaars en geeft inzicht in de artistieke uitwisseling van dat moment.

Een meer klassiek-historisch voorbeeld is ‘The Enemy’ van de vorticist en modernist Wyndham Lewis. Van ‘The Enemy’ werden in totaal drie exemplaren uitgegeven, vanuit een strijdlustig-kritische houding grotendeels door Lewis zelf geschreven. Lewis publiceerde het tijdschrift tussen 1926 en 1929 ter gelegenheid van zijn bewuste breuk met de avant-garde beweging. Hij geloofde niet dat hun werk voldoende kritisch bewustzijn zou opbrengen ten aanzien van ideologieën die zich tegen een werkelijk revolutionaire verandering in het Westen zouden keren. Als gevolg daarvan zou het werk van de avant-garde een voertuig worden voor verderfelijke ideologieën.

Een ander klassiek-historisch voorbeeld is de ‘Situationist’, een befaamd forum voor de ideeën van de internationaal kunstzinnig-politieke beweging van de Situationisten. De in 1957 in Italië (Cosio di Arroscia) opgerichte beweging zou zich vooral doen laten gelden tijdens de Parijse studentenopstand van 1968 en werd uiteindelijk in 1972 opgeheven. Guy Debord was de voorman van de beweging en werd vooral bekend door het werk ‘La société du spectacle’. De Situationisten streefden door het creëren van voor massaconsumptie geschikte, ontregelende situaties (happenings) een toestand van permanente maatschappelijke revolutie te bewerkstelligen.

Het Duitse kunsttijdschrift ‘Interfunktionen’ werd uitgegeven in de periode 1968-1975. Het tijdschrift ontstond vanuit een kunstenaarsprotest tegen kritische lijnen die opnieuw werden uitgezet op de Documenta van 1968.

Het bevatte zowel theoretische als praktische bijdragen, met tussenkomst van curatoren die de afgebeelde artistieke strategieën becommentarieerden. Het tijdschrift was verbonden aan de meest prominente figuren van de Düsseldorfse kunstacademie, zoals Joseph Beuys, Jörg Immendorff en Sigmar Polke. Zoals de naam al aangeeft was ‘Interfunctionen’ een interdisciplinair forum, open voor alle artistieke genres en zonder beperkingen ten aanzien van de media.

Uit Nederland wordt o.a. ‘De Angst 1983’ getoond van Rob Scholte, Martin Bril, Edzard Dideric en Dirk van Weelden. Ook een aantal exemplaren van ‘Zien’ (1980-1988) van Gerald van der Kaap worden gepresenteerd. ‘Zien’ zou uiteindelijk in 1988 opgaan in ‘Blind’. Voorbeelden uit de jaren ‘90 zijn o.a. ‘Boris & Conny’ en ‘De Vlam’ van J.C.M. Dietvorst en het moderner ‘Re-magazine’ van Jop van Bennekom.

Fluxus-kunstenaars als Wim T. Schippers en Willem de Ridder maakten televisieprogramma’s en bladen als ‘Suck’ of het ook in kaboutertijd populaire ‘Aloha’. Het tussen 1969 en 1974 verschenen ‘Aloha’ richtte zich meer op maatschappelijke kwesties. De vormgeving is brutaal, eigenzinnig, felgekleurd en uitbundig. De koppen zijn uitdagend (‘donderdag breekt de pest uit’), de teksten hilarisch maar soms ook wel informatief en serieus. Voortdurend werd geprobeerd het establishment te epateren en te prikkelen. ‘Aloha’ was ironisch, onconventioneel en gekruid met een absurde humor. Deze satirische traditie wordt later voortgezet in ‘Frietkaas’.

De jaren zeventig zijn de jaren van de kunstenaarsinitiatieven : Aorta, de Fabriek, de Nieuwe Weelde of W139. Tevens de proeflokalen waar nieuwe kunstenaarstijdschriften het licht zagen. Ook hiervan zijn een aantal voorbeelden in de tentoonstelling te zien.

Tijdschriften in de tentoonstelling:

Bovenverdieping:
I.A.C. editions : International Artist Cooperation, The Enemy, Situationist, Die Schastrommel, Die Drossel, Krater und Wolke en Tau/ma.

Vitrine:
Praktikabel en W139.

Benedenverdieping:
Interfunktionen, The Breeder, Trans>art.cultures.media, Aloha, Boris & Conny, De Vlam, Zien, Blind, Nieuwe Weelde kunstmagazine, Frietkaas en Re-magazine.

Van Abbemuseum
Bilderdijklaan 10
5611 NH Eindhoven
Nederland
T: +31 40 238 1000
info@vanabbemuseum.nl


Disclaimer & Colofon

Openingstijden: di t/m zo van 11:00 tot 17:00 uur
Iedere eerste donderdagavond van de maand tot 21:00 uur geopend.
Vanaf 17:00 uur is het museum dan gratis te bezoeken.

 

 

Het Van Abbemuseum wordt onder andere ondersteund door: