Plug In #35. Foto Peter Cox
Plug In #35. Foto Peter Cox

tentoonstelling

Locatie: Van Abbemuseum

Andre, Mondriaan, Ryman

Plug In #35

Kunstenaar: Piet Mondriaan

In 1930 maakt Piet Mondriaan het schilderij ‘Compositie no. II’. Het is een sober schilderij en een uiterste consequentie van Mondriaans verlangen naar een zuivere schilderkunst, waarin ‘het universele’ het best tot uitdrukking wordt gebracht.

Na een periode waarin hij duidelijk herkenbare landschappen, bloemen en portretten schildert, komt Mondriaan in 1911 in aanraking met het kubisme van Picasso en Braque. Hij is verrast door deze nieuwe schilderstijl, waarin het onderwerp ontleed wordt in geometrische vormen, en de grens tussen onderwerp en achtergrond, vorm en tussenvorm vervaagt. Via het kubisme ontwikkelt Mondriaan een volledig abstracte stijl. Hij stelt dat abstracte kunst een meer universele (algemene) waarde heeft dan figuratieve kunst, die meer individueel is. Hij kiest voor elementaire vormen en kleuren om daarmee inzichtelijke composities te maken. Deze worden opgebouwd uit horizontale en verticale lijnen, en naast wit, zwart en grijs, alleen nog de primaire kleuren rood, geel en blauw. Met deze principes als uitgangspunt werkt hij aan zijn schilderijen tot zij de rust, de harmonie en het evenwicht uitstralen die hij beoogt. ‘Compositie no. II’ bestaat slechts uit drie lijnen en is geschilderd in uitsluitend wit en zwart. Toch is het schilderij levendig doordat binnen de beperking een optimale variatie is bewerkstelligd. De witte vlakken zijn verschillend van vorm en grootte, de zwarte lijnen variëren in breedte. De compositie is niet vanuit een bepaalde module berekend maar intuïtief tot stand gekomen. Mondriaan wil het wezen van de werkelijkheid tot uitdrukking brengen, dat volgens hem bestaat uit harmonie en wetmatigheid.

In de tweede helft van de twintigste eeuw zijn er met name in Amerika tendensen in de kunst die leiden tot een nog sterkere reductie van de gebruikte beeldende middelen en een meer systematische ordening van formele elementen. Waar Mondriaans composities nog als afspiegeling van een utopisch universum bedoeld zijn, concentreren kunstenaars als Robert Ryman en Carl Andre zich zuiver op de hoedanigheid van het schilderij of de sculptuur.

Rymans werk gaat over het maakproces van een schilderij. Sinds 1955 maakt hij vierkante schilderijen waarin hij telkens witte verf op een bepaalde manier op een ondergrond aanbrengt. Het maakproces is volledig afleesbaar. De gekozen drager blijft zichtbaar door bepaalde delen (meestal de randen) onbeschilderd te laten. Ryman varieert per werk of reeks werken naast de drager de soort verf en de manier waarop hij de verf aanbrengt. De dikte van de verf, de grootte van de kwast of penseel, de soepel- of stugheid ervan, de richting waarin hij de verf aanbrengt, bepalen het beeld. Het gaat in zijn werk niet om wàt er geschilderd wordt, maar om hòe het geschilderd wordt. Rymans motto is ‘de verf te schilderen’. ‘Untitled (Brussels)’ bestaat uit veertien kunststof panelen die op dezelfde manier bewerkt zijn. Tijdens het schilderen waren ze met tape aan de muur bevestigd. De tape is daarna verwijderd, waardoor de blauwe ondergrond zichtbaar is geworden. Sinds de jaren zeventig is ook de manier van bevestigen onderdeel van Rymans onderzoek. De titels van zijn werken zijn neutraal. De toevoeging ‘Brussels’ heeft betrekking op het feit dat dit werk gemaakt is voor een expositie in Brussel. Oorspronkelijk bestond het uit vijftien delen. Een daarvan is in Brussel achtergebleven.

Het werk van Carl Andre is nog minder persoonlijk dan dat van Ryman. Andre maakt de elementen waaruit zijn beelden zijn samengesteld niet zelf. Ze worden industrieel vervaardigd. Andre is niet geïnteresseerd in het overbrengen van emoties. Hij zegt: “Ik wil geen werken maken die je overdonderen of verblinden. Ik houd van werk waar je je mee in een kamer kunt bevinden en dat je kunt negeren als je wilt.” In zijn werk gaat het om de waarneming. Om hoe een sculptuur van invloed is op de ervaring van de ruimte waarin deze zich bevindt. En om de plaats die een sculptuur markeert. Andre onderkent drie fasen in zijn werk: de ontwikkeling van sculptuur als vorm naar sculptuur als structuur naar sculptuur als plaats. De eerste fase is de meest klassieke: een sculptuur die als vorm aanwezig is. ‘Palisade’ is een voorbeeld van sculptuur als structuur. Een bepaald element, in dit geval een houten paal van 90 x 30 x 30 cm, wordt systematisch herhaald. De zo ontstane structuur heeft een duidelijk effect op de ruimte en op hoe de bezoeker zich door die ruimte begeeft. ‘Palisade’ werkt als een barrière. Een werk als ‘Twenty-fifth steel Cardinal’ bestaat ook uit gelijkvormige elementen, maar door de geringe dikte van de staalplaten werkt deze sculptuur niet als barrière. De bezoeker mag Andre’s vloersculpturen betreden, waardoor ze in feite geen ruimte innemen. Ze werken als markering van een plaats. Ze zijn niet alleen zichtbaar, maar door er over te lopen ook voelbaar en hoorbaar.

Andre’s werk is een voorbeeld van minimal art. Rymans werk wordt gerekend tot de fundamentele schilderkunst. Beide bewegingen komen voort uit het idee dat een kunstwerk op de eerste plaats een kunstwerk is. Een andere functie of betekenis is niet van belang. Daarom concentreren kunstenaars als Ryman en Andre zich op de essentiële voorwaarden voor een schilderij of sculptuur.

Mede mogelijk gemaakt door

Mondriaan Stichting Mondriaan Stichting

Andre, Mondriaan, Ryman - Plug In #35 is onderdeel van: Plug In

Van Abbemuseum
Bilderdijklaan 10
5611 NH Eindhoven
Nederland
T: +31 40 238 1000
info@vanabbemuseum.nl


Disclaimer & Colofon

Openingstijden: di t/m zo van 11:00 tot 17:00 uur
Iedere eerste donderdagavond van de maand tot 21:00 uur geopend.
Vanaf 17:00 uur is het museum dan gratis te bezoeken.

 

 

Het Van Abbemuseum wordt onder andere ondersteund door: