tentoonstelling

Locatie: Van Abbemuseum

Lily van der Stokker en gast: Andrea Zittel

Plug In #10

Kunstenaars: Lily van der Stokker, Andrea Zittel

Conservator: Christiane Berndes

De onderstaande tekst is een interview dat conservator Christiane Berndes had met Lily van der Stokker op 17 augustus 2006. 

CB: In 2005 heeft het Van Abbemuseum een aantal videowerken aangekocht van Valie Export, Joan Jonas, Martha Rosler, en Carolee Schneemann. Allemaal kunstenaars die eind jaren zestig, begin jaren zeventig film en video gebruikten om werken te maken vanuit een typisch vrouwelijke invalshoek of waarin de maatschappelijke positie van vrouwen centraal staat. Toen ik nadacht over een manier om ze te presenteren, herinnerde ik me onze gesprekken over feminisme. Ik herinnerde me ook jouw belangstelling voor kunst en decoratie. Je vertelde me ooit over een tentoonstelling in Keulen waarvoor je een muurschildering maakte die gebruikt werd als achtergrond voor het werk van andere kunstenaars.

 

LvdS: Dat was de tentoonstelling ‘Punishment & Decoration’ bij galerie Höhenthal und Bergen in Keulen in 1994. Die tentoonstelling was samengesteld door Michael Corris en Robert Nickas. Ik had met hen hele gesprekken over het decoratieve, dat ik heel bewust toepas in mijn muurschilderingen. In hun tentoonstellingen speelde ze met de begrippen 'figure' en ‘ground’ (1). Ze gebruikten mijn muurschildering als achtergrond voor het werk van Mike Scott, Imi Knoebel en Peter Halley. Dit hele idee werd opgepakt door mensen als bijvoorbeeld Erik Troncy, die het gebruikte in zijn tentoonstelling ‘Dramatically Different’ in Le Magasin in 1997. Daar hebben ze een werk van mij dat bestaat uit een ruitjespatroon als achtergrond gebruikt voor een werk van Allan McCollum.

 

CB: Hoewel je muurschilderingen zeer aanwezig waren in de ruimte, gedroegen ze zich tegelijkertijd ook heel open en gastvrij naar de andere werken. Dat was voor ons aanleiding om je te vragen een behang voor het van Abbe te ontwerpen dat we onder meer konden gebruiken voor de ruimte waarin we het werk van Export, Jonas, Rosler en Schneemann wilden tonen. Jij reageerde meteen heel enthousiast. Het resultaat is een geruit behang dat we inmiddels voor de collectie hebben aangekocht. Voor mij stelt dit behang de witte, modernistische tentoonstellingsruimte ter discussie. Het ondervraagt de verhouding tussen kunstwerken onderling en de context waarin ze worden getoond. Hoe zag jij die opdracht? Wat was voor jou de grote uitdaging?

 

LvdS: In mijn werk speel ik met hiërarchieën, zoals de verhouding tussen kunst en het decoratieve. Decoratie wordt vaak gezien als iets tweederangs. Maar in die zin is het ook ondersteunend. Decoratie wil iets omranden, omcirkelen, maar het wil ook iets anders helpen, affectie tonen. Dat is een interessante functie die ik veel gebruik in mijn werk. Voor mij geeft decoratie uitdrukking aan de behoefte om veiligheid en warmte te bieden. Door mijn muurschilderingen als achtergrond te gebruiken, gingen ze op behang lijken, waardoor het decoratieve nog eens extra werd benadrukt.

 

Dit klinkt nu allemaal als een strategie van mij, maar dat was het niet, hoor. Het was meer een gehoor geven aan mijn intuïtie.Doen wat je niet laten kan. Op basis van mijn educatie als beeldend kunstenaar houd ik van monochrome schilderijen. Bijna al mijn vrienden in New York zijn trouwens monochrome schilders! Dat ik met decoratie wil werken heeft te maken met een diep gevoeld verlangen, iets dat steeds weer terug komt, en wat ik verder wil onderzoeken. Verder heeft decorativiteit binnen de kunstwereld een negatieve lading. Ik wil die negatieve lading omdraaien, positief maken. Ik wil ermee aan de slag, me erin uitleven. Ik houd eigenlijk erg van die zogenaamde betekenisloosheid. Ik zie daar een enorm reservoir aan krachten. Werkend met het vrouwelijke, wil ik niet tegen iets zijn, maar juist vóór. Het decoratieve heeft ook te maken met ‘nesting’ (zich nestelen), en met het vrouwelijke geslacht. Begin jaren negentig las ik het boek ‘Dit geslacht dat niet (één) is’ van de filosofe en psychoanalytica Luce Irigaray. Zij schrijft op een poëtische manier over het vrouwelijke. Niet dat ik het allemaal precies snapte, maar haar teksten waren inspirerend voor mij. Decoratie gaat over overdaad en rijkdom, maar ook over vruchtbaarheid, de natuur, over voortplantingsorganen. Ik wil dat kitscherige verlangen naar frivole omhulsels uitleven tot in het extreme, overdaad toelaten. Daarom is de vraag van het Van Abbe om een behang te ontwerpen zo mooi. Dat wilde ik al heel lang eens doen.

 

CB: Jouw behang gaat op een heel speciale manier een relatie aan met het werk van anderen in die ruimte. We hebben je gevraagd of jij zelf een tentoonstellingsprogramma voor deze ruimte wilt ontwikkelen. Hoe ga je dat aanpakken? Zijn er richtlijnen of regels?

 

LvdS: Kunst wordt volgens bepaalde regels getoond.Maar waarom kun je kunst niet over elkaar hangen, of tegen elkaar, zoals Ineke Werther deed in 1987 in de tentoonstelling ‘De Selectie’ in het toenmalige Museum Het Kruithuis in Den Bosch. Waarom moet een schilderij een rechthoekig plat object zijn dat aan de muur hangt met veel ruimte eromheen? Ik heb twijfels over de vanzelfsprekendheid hiervan en heb geprobeerd dat in mijn werk te doorbreken. Dan is er bijvoorbeeld het werk van de Amerikaanse kunstenaar Jim Iserman. Hij maakt zowel schilderijen als meubels en bekleedt het meubelkunstwerk met dezelfde geometrie uitgevoerd in heerlijk zacht textiel. Als je voor het schilderij gaat zitten, dan kijk je dus naar een geometrisch schilderij, maar je billen zitten op dezelfde geometrie. Wat ik ook interessant vind is op een andere manier bezig te zijn met het ornament. Denk bijvoorbeeld aan een schilderij van een naakt. Dat is een cliché geworden, decoratie voor boven de bank. Ik zou tegen mijn behang schilderijen van naakten kunnen tonen. Je kan je dan afvragen welk van de twee dan meer ‘decoratief’ is.

 

CB: De eerste gast die je uitgenodigd hebt is Andrea Zittel. Kun je je keuze toelichten?

 

LvdS: Aanvankelijk was het idee om een vrouwelijke kunstenaar uit te nodigen in relatie tot het werk van Lee Lozano, dat in de oudbouw te zien is. Dat was voor mij Andrea Zittel. Haar werk heb ik voor het eerst gezien in de vroege jaren negentig bij de Andrea Rosen Gallery in New York. Ze toonde daar kleding maar ook vloerbedekking. Er was een vloerkleed met rechthoekige vlakken erop dat gedeeltelijk over de wand, gedeeltelijk over de vloer liep, met vlakken die aangaven waar te liggen, en waar te zitten. Die vlakken hadden een duidelijke relatie met het lichaam dat zich beweegt in de ruimte. In 1994 heb ik haar ontmoet tijdens de inrichting van een groepstentoonstelling. Ze arriveerde met twee kleine zwarte koffertjes. Een voor de nacht en een voor de dag. Ze droeg zwarte kleding: een rok gevoerd met bont die ze ook als jas of als deken kon gebruiken. Een soort survival constructie. Dat vond ik heel fascinerend. Het behoeftige lichaam als vormbepalend element. Eigenlijk had ik nu een film willen laten zien over een drijvend eiland dat ze ontworpen heeft en waar ze ook een maand op heeft gewoond. Ook weer zo’n survival project. Maar ze gaf zelf de voorkeur aan de video's 'Sufficient Self', 2004 en ‘Small Liberties’, 2006 die gaan over haar projecten in Joshua Tree, in de woestijn van Californië, waar ze als een pionier woont en werkt in een zelf ontworpen nederzetting.

 

Noot 1: ‘Punishment and decoration: art in an age of militant superficiality', Artforum, april 1993, p. 78-83.

 

 

Mede mogelijk gemaakt door

Mondriaan Stichting Mondriaan Stichting

Lily van der Stokker en gast: Andrea Zittel - Plug In #10 is onderdeel van: Plug In

Van Abbemuseum
Bilderdijklaan 10
5611 NH Eindhoven
Nederland
T: +31 40 238 1000
info@vanabbemuseum.nl


Disclaimer & Colofon

Openingstijden: di t/m zo van 11:00 tot 17:00 uur
Iedere eerste donderdagavond van de maand tot 21:00 uur geopend.
Vanaf 17:00 uur is het museum dan gratis te bezoeken.

 

 

Het Van Abbemuseum wordt onder andere ondersteund door: