collectie

Composition en blanc et noir II

  • 1930
  • Piet Mondriaan
  • olieverf op doek
  • 61 x 61 cm (incl. lijst)
    50,5 x 50,5 cm
  • Locatie VAM, B0, 03, 00
  • Verworven in 1950
  • Inventarisnr 343

De collectie van het Van Abbemuseum bestaat uit meer dan 2800 kunstwerken, die met enige regelmaat voorzien zullen worden van een begeleidende tekst.

Wil je specifieke informatie over dit kunstwerk of de kunstenaar, dan staat de bibliotheek van het Van Abbemuseum tot je beschikking. Daarnaast kun je contact opnemen met de bibliotheek.

Meerstemmige collectie

Beschrijving Composition en blanc et noir II

In 'Composition No.II' verdeelt Mondriaan een vierkant doek met behulp van één verticale en twee horizontale lijnen in vijf rechthoekige vlakken van verschillend formaat. De lijnen zijn zwart en hebben verschillende breedtes. Op de meeste plaatsen lopen ze net niet tot de rand van het doek. De vlakken zijn wit geschilderd.

'Composition No.II' is een van Mondriaans soberste werken. Met uitsluitend wit en zwart, en slechts drie lijnen bouwt hij een asymmetrisch, maar evenwichtig beeld op. Doordat de lijnstukken, en daarmee ook de vlakken, variëren in lengte en breedte, en deze variatie niet systematisch, maar intuïtief tot stand is gekomen, is het in al zijn soberheid toch een levendig schilderij. In 1911 ziet Mondriaan op een tentoonstelling in Amsterdam kubistische schilderijen van Picasso en Braque. Hij wordt getroffen door hun aandacht voor vorm en door de mogelijkheid om vormen uit de werkelijkheid weer te geven als min of meer zelfstandige, abstracte vormen. Tussen 1912 en 1914 verblijft Mondriaan in Parijs. Zijn werk staat dan sterk onder invloed van het kubisme . Terug in Nederland wordt Mondriaans werk gaandeweg abstracter, tot hij zich in 1917 volledig losmaakt van een voorstelling.

Mondriaans ideeën over een abstracte kunst vinden aansluiting bij die van Theo van Doesburg, die in 1917 het tijdschrift De Stijl opricht. Hierin komen kunstenaars architecten en schrijvers aan het woord die zoeken naar een nieuwe, abstracte beeldtaal. Mondriaan wil een universele stijl ontwikkelen. Hij streeft dit na door te werken met de elementen van de schildertaal zelf, zoals lijn, vorm, kleur en ritme. Deze elementen worden steeds meer tot hun essentie teruggebracht. In het begin van de jaren twintig hanteert Mondriaan uitsluitend nog de rechte lijn, horizontaal of verticaal, en de rechte hoek als vormbepalende elementen. Zijn kleurgebruik beperkt hij tot de primaire kleuren rood, geel en blauw en de niet-kleuren zwart, wit en grijs. Met deze inzichtelijke, universele beeldtaal, die hij aanduidt met de termen 'de nieuwe beelding' of het 'neoplasticisme', bouwt hij evenwichtige, harmonische composities.

Home