tentoonstellingen

Lynda Benglis

  • Van: 20-06-09 tot: 04-10-09

Met documentatie - Solotentoonstelling - Opmerkingen: Locatie: OB. - Curator: Diana Franssen (conservator en hoofd onderzoek). - Serie: Trio. - Reizende tentoonstelling: Dublin, Irish Museum of Modern Art (IMMA), 04-11-2009, 24-01-2010 ; Dijon, Le Consortium, centre d'art contemporain, 02-04-2010, 20-06-2010 ; Providence, Museum of Art, Rhode Island School of Design (RISD), 01-10-2010, 09-01-2011 ; New York, The New Museum, 09-02-2011, 01-05-2011 ; Los Angeles, Museum of Contemporary Art (MOCA), 31-07-2011, 10-10-2011

Drie kunstenaars, drie manieren om naar de wereld te kijken. Verschillende artistieke posities worden naast elkaar getoond, zodat de bezoeker zijn eigen conclusie kan trekken over mogelijke verbanden en contrasten tussen deze kunstenaars. Lynda Benglis (Lake Charles, 1941, woont en werkt in New York, Santa Fe en Ahmadabad (India)) lanceerde eind jaren zestig het schilderkunstige gebaar in de beeldhouwkunst. Zij giet vloeibare materialen, als latex en polyurethaanschuim, op de vloer en tegen de wand waardoor er felgekleurde amorfe vormen ontstaan, de zg. 'fallen paintings'. Deze doen denken aan de 'Drippings' van Jackson Pollock of de abstracte schilderijen van Morris Louis. Toevoeging van 'day glo'-pigment maakt van de gestolde substanties vulgaire, grotachtige reliëfs. Het ene moment is haar werk esthetisch verantwoord en getuigt het van goede smaak, het volgende moment is het bewust vies van kleur en koketteert het werk ronduit met begrippen als wansmaak en lelijkheid. Feminisme en erotiek bepalen voor een groot deel haar oeuvre, dat ook conceptueel werk, performances en video omvat. Haar benadering is provocerend en vaak ironisch. Vanaf midden jaren zeventig kenmerken haar werken zich meer en meer door hun kitsch-achtige verleidelijkheid en tonen zij haar voorliefde voor het experimenteren met materialen en media. Bij het ontstaansproces is de grens van haar eigen lichaam bepalend. Deze werken worden dan ook wel bestempeld als 'bevroren gebaren', waarin Benglis getuigt van de noodzaak voor het sensitieve, tactiele en het persoonlijke handschrift van de auteur. Alle foto's: Peter Cox

Dit onderdeel wordt voor u geblokkeerd omdat het externe cookies bevat. Wilt u deze (en andere) content alsnog bekijken? Door hier op te klikken geeft u alsnog toestemming voor het plaatsen van externe cookies.

Homepage