collectie

Stilleven met koperen ketel

  • 1938
  • Raoul Hynckes
  • olieverf op doek
  • 84,9 x 96,5 x 8,2 cm (incl. lijst)
  • Locatie momenteel niet op zaal.
  • Verworven in 1950
  • Inventarisnr 168

De collectie van het Van Abbemuseum bestaat uit meer dan 2800 kunstwerken, die met enige regelmaat voorzien zullen worden van een begeleidende tekst.

Wil je specifieke informatie over dit kunstwerk of de kunstenaar, dan staat de bibliotheek van het Van Abbemuseum tot je beschikking. Daarnaast kun je contact opnemen met de bibliotheek.

Beschrijving

Op dit schilderij beeldt Raoul Hynckes met grote precisie verschillende voorwerpen af. Een koperen ketel, een stoffige wijnfles, een bolletje knoflook, een bosje schorseneren, een mes en een stuk touw zijn bijeengezet op een steen, die weer op andere stenen rust. Links op het schilderij is een verticale houten plank geschilderd, met daarin een spijker waaraan een sleutelbos hangt. Boven de groenten hangt een gerookte makreel. Het schilderij is uit diverse tinten bruin, wat wit en zwart opgebouwd. De voorwerpen lichten op tegen een donkere achtergrond. Ze hebben sterke slagschaduwen.

Raoul Hynckes schildert aanvankelijk impressionistische landschappen tot hij in de Eerste Wereldoorlog als soldaat betrokken raakt bij de gevechten om Luik. In 1914 vlucht hij naar Nederland. Kort daarna raakt hij in een zware emotionele crisis die hij pas in 1924 weer te boven komt. Hij vernietigt dan al zijn oude werk en keert zich af van de impressionistische manier van schilderen, waarin het erom gaat het vluchtige moment weer te geven. Hynckes' nieuwe werk is veel zwaarder van toon. Hij schildert voornamelijk stillevens in donkere kleuren. De manier waarop hij vormen combineert, verraadt aanvankelijk invloed van het kubisme. Hynckes abstraheert zijn voorwerpen echter niet. Hij streeft niet naar een vernieuwende schilderkunst, integendeel, hij werkt "...in de overtuiging dat goede schilderijen niet tot stand komen door naar de bezem te grijpen of door op de barricades te klimmen."

Hynckes concentreert zich op een verfijnde stofuitdrukking. Zijn motieven krijgen een vanitasachtig karakter. Hij verwijst hij naar dood en vergankelijkheid via onder meer dode dieren, aangetaste stenen, schedels, stukken touw, messen, verroeste en stoffige voorwerpen. Zijn schilderijen gaan echter niet uitsluitend over de dood; ze gaan evenzeer over het leven dat daaraan vooraf gaat. Hynckes zet de tijd en het leven als het ware stil. Hynckes' werk uit deze periode wordt gerekend tot het magisch realisme. Hij beeldt alledaagse objecten zeer waarheidsgetrouw af, maar het kille licht vanuit een sterke lichtbron, de donkere achtergronden en het bijna monochrome palet van de schilder, geven het werk een beladen, bijna mysterieuze sfeer. Na 1950 gaat hij opnieuw landschappen schilderen die, net als zijn werk van voor 1924, lichter van toon en kleurrijker zijn.

Bevat deze pagina onjuiste informatie of foutief taalgebruik? We horen het graag.


Context

Dit onderdeel wordt voor u geblokkeerd omdat het tracking cookies bevat. Wilt u deze (en andere) content alsnog bekijken? Door hier op te klikken geeft u alsnog toestemming voor het plaatsen van tracking cookies.
Dit onderdeel wordt voor u geblokkeerd omdat het tracking cookies bevat. Wilt u deze (en andere) content alsnog bekijken? Door hier op te klikken geeft u alsnog toestemming voor het plaatsen van tracking cookies.
Dit onderdeel wordt voor u geblokkeerd omdat het externe cookies bevat. Wilt u deze (en andere) content alsnog bekijken? Door hier op te klikken geeft u alsnog toestemming voor het plaatsen van externe cookies.

Homepage