exhibitions

The Collection part III : The Choice of Jean Leering : Acquisitions from the period 1964-1973

  • Van: 04-09-99 tot: 31-10-99

Collectiepresentatie - Opening : dr. R. Welschen (burgemeester) ; J. Debbaut ; J. Leering - Opmerkingen: Curator: J. Leering. - Locatie : Bilderdijklaan - Met documentatie

Deze tentoonstelling is het derde deel uit een reeks van vier tentoonstellingen onder de noemer De Verzameling. Elke tentoonstelling wordt samengesteld door een van de vier na-oorlogse directeuren. Jan Debbaut en Rudi Fuchs gingen Jean Leering al voor. De serie wordt eind dit jaar afgesloten door Edy de Wilde. Het Van Abbemuseum heeft sinds de opening in 1936 een beroemde internationale collectie beeldende kunst uit de twintigste eeuw opgebouwd. Bij de selectie van werken voor deze verzameling is nooit gestreefd naar een volledige afspiegeling van alle kunststromingen. Er zijn accenten aangebracht die sterk samenhangen met de persoonlijke inzichten van elke directeur. De collectie is zo interessant omdat er vier perioden in worden belicht met een onderling zeer verschillend tijdsbeeld. Door met deze serie tentoonstellingen terug te gaan in de tijd wordt duidelijk hoe de verzameling is ontstaan. Jean Leering (1934) was directeur van het Van Abbemuseum van 1964 tot 1973. Hij koos ervoor om de collectie, die door Edy de Wilde was opgebouwd, open te breken en te richten op nieuwe ontwikkelingen in de beeldende kunst. Net als De Wilde was hij geðnteresseerd in kunst van zijn eigen generatie die op dat moment de artistieke vernieuwing bepaalde. Het van Abbemuseum werd onder zijn leiding het eerste buitenlandse museum waar Joseph Beuys exposeerde, Leering haalde Christo naar Nederland en kocht als eerste museum werk aan van Jan Schoonhoven. Het was Leering die de beroemde Lissitzky collectie verwierf voor het museum. Carel Blotkamp omschreef het beleid van Leering ooit als volgt in Vrij Nederland: "Het was een alert beleid, dat blijk gaf van Leerings grote betrokkenheid bij wat er op het gebied van de beeldende kunst in de jaren zestig gebeurde; het was origineel, onder andere blijkend uit de aandacht die besteed werd aan onderbelichte historische figuren zoals Lissitzky, Tatlin en Van Doesburg, en aan excentrieken, zoals Beuys, Van Elk en Wiley, aan architektuur ook, die zo moeilijk te exposeren is." Leering had ook zeer vooruitstrevende ideeën over het museum als instituut. Met name had hij het verlangen om het museum in maatschappelijk opzicht meer te laten zijn dan een 'showroom voor kunst'. Zijn tentoonstellingsbeleid is zelfs revolutionair te noemen. Beroemd is de tentoonstelling 'de Straat - vorm van samenleven', die in 1972 gehouden werd. Deze tentoonstelling bouwde voort op eerdere die in het Van Abbemuseum georganiseerd werden, onder andere de tentoonstelling over het Eindhovense Cityplan. Er werden geen kunstwerken getoond, maar het tentoongestelde had betrekking op de leefwereld van het publiek. Die leefwereld, en niet de leefwereld zoals die door professionele kunstenaars wordt gedacht, voorgesteld en verbeeld, stond centraal. Expliciet werd het publiek gewezen op de verantwoordelijkheid voor de eigen leefomgeving. Zelfwerkzaamheid was het motto. In de begeleidende catalogus omschreef Leering het thema als volgt: "Bij de keuze van een dergelijk thema is het Van Abbemuseum ervan uitgegaan, dat de activiteiten van een museum een middel kunnen zijn om het publiek beter uit te rusten tot bewustwording van, en deelname aan maatschappelijk belangrijke verschijnselen. De straat (...) vormt als het ware een kernvoorbeeld van een door het museum te kiezen thema, dat het streven naar de bovenomschreven verruiming van zijn functie zou kunnen dienen. Het thema 'de straat' heeft namelijk in meervoudige zin (...) te maken met het begrip vormgeving, mÚÚr dan dit op de tot nu toe gebruikelijke wijze door musea aan de orde gesteld werd. Want bij de vormgeving van de straat is niet alleen opdrachtgever en ontwerper betrokken - aan welke laatste het museum bijna altijd exclusief zijn aandacht besteedde - maar juist ook, en op heel duidelijk wijze, de gebruiker: zonder deze is de straat als een theater zonder acteurs: een leeg decor. Ieder neemt aan het straatgebeuren deel, en daarom is de straat, bekeken als stuk vormgevingsproces, iets van, voor en door allen: hij is zowel uitdrukking als manifestatie van de samenleving." Deze tentoonstelling en de daaropvolgende discussieavonden vielen echter bij het toenmalig College van Burgemeester en Wethouders in minder goede aarde. Men stond niet te juichen bij het voornemen van de museumstaf om deze nieuwe, publieksgerichte oriëntatie voort te zetten. Leering ging op zoek naar een functie waar een williger oor was voor zijn nieuwe museumbeleid en vond deze als directeur van het Tropenmuseum in Amsterdam. Hij werd in 1975 opgevolgd door Rudi Fuchs. Vele malen zou Leering daarna nog artikelen en lezingen wijden aan zijn ideeën over de functie van het museum. Nog eenmaal maakt hij nu een tentoonstelling met hetgeen hij verzamelde in zijn oude museum

This content is being blocked for you because it contains tracking cookies. Would you like to view this content? By clicking here, you will automatically allow the use of tracking cookies.
This content is being blocked for you because it contains tracking cookies. Would you like to view this content? By clicking here, you will automatically allow the use of tracking cookies.