Li Mu, Qiuzhuang project, onderdeel van De collectie nu, 2015.

De kunstwereld wordt geplaagd door een waardencrisis. Of misschien kunnen we beter zeggen dat het spook van de crisis in onze witgeverfde ruimtes rondwaart – de klimaatcrisis, de migratiecrisis, de religieuze crisis, om er maar een paar uit een hele reeks te noemen. Alles bij elkaar opgeteld lijkt dit te duiden op een systeemverandering: alles wat we in onze samenleving waardevol achten gaat op de schop. De verschillende crises zijn dan misschien ontstaan in verschillende perioden en vanuit verschillende plekken, op dit moment komt alles met een klap bij elkaar. De vraag aan ons is hoe kunstmusea hierop moeten reageren en wat voor effect de crises hebben op beleid en programmering, ten minste voor wat betreft het Van Abbemuseum. 

De waarden die de grondslag vormden voor de eerste musea – de verlichtingsgedachte, het esthetisch oordeel, de autonomie van de kunstenaar, het secularisme en de modernisering van de samenleving  – worden al geruime tijd ondermijnd door scheidslijnen en vormen van uitsluiting gebaseerd op ras, gender, macht en geografische bepaling. Toch zijn de Westerse waarden nog altijd niet helemaal vergaan, al zijn ze ook nog niet echt op de proef gesteld door nieuwe waarden die sterk genoeg zijn gebleken om ze te vervangen. In plaats daarvan bevinden de kunstmusea zich middenin een bredere sociale crisis. En wat een keerpunt had moeten zijn dat zou leiden tot een andere toekomst, is verworden tot een lang aangehouden status quo, een onopgeloste crisis. 

Binnen het Van Abbemuseum proberen wij intussen met de hulp van kunstenaars, curatoren, de gebruikers van het museum, lokale gemeenschappen en de collega’s binnen het verbond L’Internationale vooruit te komen. Om in dit tijdsgewricht een nieuwe balans te vinden moeten we de fundamentele aannames waarop een museum functioneert aan de orde stellen. Het is niet langer toereikend om maar uit te gaan van een gedeeld geloof in de waarde van kunst, in haar inspirerend vermogen of in het educatieve profijt dat ze kan bieden. Deze grondgedachten vragen om een nieuwe bevestiging binnen de context van de bredere waardencrisis, en binnen dat proces moeten ze worden verbeterd, losgelaten of volledig opnieuw bepaald. Een van de verbeteringen die nodig zijn is dat we moeten accepteren dat wat wij “moderne kunst” noemen, in feite al meer dan een eeuw oud is en onderdeel van de geschiedenis is geworden. Als je, zoals het Van Abbemuseum, een moderne kunstcollectie hebt betekent dat, dat je kunst uit een relatief ver verleden toont aan een publiek dat niet langer dezelfde sociale en culturele normen hanteert als de kunstenaars die het werk hebben gemaakt. Dus wordt het museum een plek waar, parallel aan het tonen van de kunstwerken op zich, de sociale geschiedenis van kunst wordt verteld. We proberen deze benadering uit in de tentoonstelling The Collection Now, waarin we kunstwerken verbinden aan hun eigen tijd en plaats, terwijl we ze tegelijkertijd in staat stellen boven die historische context uit te stijgen en hun transformerend vermogen op het heden uit te oefenen. Het feit dat modern werk ouder wordt betekent ook dat het museum een soort ruimte-tijdmachine wordt voor onze bezoekers en gebruikers, waarin verschillende periodes uit het verleden tegelijkertijd toegankelijk worden gemaakt. Daarom probeert het museum in The Collection Now een traject aan te leggen dat inzicht biedt in de kunstwereld binnen verschillende moderne en hedendaagse perioden, maar ook in de kijk van kunstenaars op de wereld in het heden en het verleden. Deze verhaallijnen vinden hun tegenhangers in de aanwezigheid van het werk zelf, en dat geeft ons de kans om de waarden van toen en nu met elkaar te vergelijken en te speculeren op een andere toekomst. Door de verhalen parallel te presenteren, maar via verschillende vormen van informatieverstrekking en door er op verschillende manieren over na te denken, doen we een poging om de crisis in waarden aan de orde te stellen.

Die crisis is langdurig en diepgeworteld, al is hij recentelijk nauw in verband gebracht met het afkalvende vertrouwen in het idee van het openbare leven en de gemeenschap van de afgelopen 25 jaar. Kunst kan haar werk het beste doen als ze wordt gedeeld en voor iedereen toegankelijk is – of dat nu in een openbaar museum is of in een tempel, op een dorpsplein of op straat. Zodra kunst wordt weggestopt in de privésfeer verliest het aan kracht. Het is daarom van levensbelang dat kunstmusea open, inclusieve plekken zijn, waar waarde wordt gehecht aan gastvrijheid en waar het belang van gemeenschapsactiviteiten wordt gezien als iets positiefs en iets dat ondersteuning verdient. Nu de geglobaliseerde cultuur steeds meer mensen over de hele wereld bereikt bestaat het gevaar van een natuurlijke tegenreactie, die niet alleen waarde hecht aan alles wat lokaal en authentiek is, maar die ook ontwikkelingen van buiten begint uit te sluiten. Dit is een van de belangrijkste redenen waarom wij L’Internationale hebben opgezet, een verbond waarbinnen verschillende instituties gemeenschappelijke waarden delen. Binnen het Van Abbemuseum proberen wij een ontmoetingsplaats te zijn waar Eindhoven kennis kan nemen van de internationale cultuur en andersom. Dat doen we via tijdelijke tentoonstellingen zoals momenteel de serie Positions, die individuele kunstenaars uit verschillende plaatsen samenbrengt, los van een gecureerde verhaallijn. De kunstenaars spreken voor zich en vanuit hun eigen complexe “positie”, die niet precies overeenkomt met de patronen die zijn opgelegd door hun lokale, nationale, internationale of wereldwijde context, maar die van al die verschillende contexten leent en ze vermengt op een manier die alleen maar mogelijk is per individu of in een artistiek proces. 

Eén manier om dat te doen is om zorgvuldig gekozen delen van de kunstwereld naar  Eindhoven te halen. Maar het museum probeert ook om Eindhoven naar elders te brengen, om via ontmoetingen buiten de eigen stad het denken over de eigen collectie en de eigen activiteiten te veranderen. Enkele jaren geleden was één van onze Picasso-portretten het eerste werk van die schilder dat in Palestina te zien was, en later werd onze collectie op drie tentoonstellingen in Istanboel gepresenteerd. Dit idee was ook de reden om een langer project op te zetten met de kunstenaar Li Mu, op het platteland van China. Li is het afgelopen jaar in zijn geboortedorp bezig geweest met het maken van reproducties van werken uit de collectie van het Van Abbemuseum, in een omgeving die radicaal anders is dan Noord-Brabant. De resultaten zijn nu in het museum te zien in een reeks video’s en tekeningen die de vier seizoenen in het dorpje  Qiuzhuang vastleggen en verslag doen van het maakproces en de verhalen van de dorpelingen. Hoewel het platteland van China misschien ver weg lijkt, moeten we de relatie die het dorp heeft met de geglobaliseerde cultuur niet onderschatten; het is één van de belangrijkste plekken in de wereld waar de huidige waardencrisis zich zal afwikkelen. Als de enige mogelijke toekomst voor de dorpelingen is om de trein te pakken naar de grote stad, zijn de sociale en klimatologische gevolgen rampzalig. De vraag hoe het leven op het Chinese platteland acceptabel gemaakt kan worden zal de komende eeuw nog blijven spelen. Het project van Li Mu is een van de eerste kunstprojecten die gericht zijn op het plattelandsleven en op de vraag hoe dat platteland een relatie moet opbouwen met de geglobaliseerde samenleving en de Europese cultuur. 

Li Mu’s tentoonstelling A Man, A Village, A Museum is een heel goed voorbeeld van de soort kunst die vandaag de dag wordt gemaakt. Kunst die zich bewust is van haar plaats in de wereld en van de manier waarop ze zich verhoudt tot de geschiedenis. Geen kunst die beweert een nieuwe horizon te bieden, of de toekomst te veranderen met nieuwe vormen en ontwerpen. Wereldwijde multinationals doen tegenwoordig wel vaak zulke utopische voorspellingen, terwijl kunstenaars zich nu juist vaak bezig houden met het ontrafelen van de verborgen verhalen uit de wereldwijde archieven. Als we kijken naar de kunst die tot nu toe in de 21e eeuw is gemaakt, is het moeilijk om die anders te zien dan als product van een crisis die moet worden beschouwd als een keerpunt dat te lang op zich laat wachten. Het is niet te voorspellen of de vele verschillende crises die zich nu tegelijkertijd afspelen een dieper nieuw inzicht zullen inluiden. Maar intussen kiezen de kunstenaars die wij in ons museum laten zien ervoor om kunst te maken die barst van de ruimte-tijdraadsels, kunst die tegelijkertijd teruggrijpt op het verleden en verwijst naar situaties in de wereld van nu; kunst die haar gebruikers noch gehoorzaamt, noch de verantwoordelijkheid voor ze neemt, maar die van haar gebruikers vraagt dat ze mee vertellen aan haar verhalen. En dat lijkt voor dit moment een geschikte manier van werken.