De relatie tussen kunst en het dagelijks leven
Radically Yours #13
Radically Yours

De relatie tussen kunst en het dagelijks leven

Essay
01/09/2014
Door: John Rushkin

97. Zoals u weet, gaan we vandaag onderzoeken in welke zin de schone kunst is gebaseerd op of kan bijdragen aan de praktische eisen van het menselijk leven.
In dit opzicht heeft de kunst een tweeledige functie: ze geeft Vorm aan kennis en Gratie aan nut. Anders gezegd, ze maakt voor ons dingen permanent zichtbaar die anders niet door onze wetenschap zouden kunnen worden beschreven of door ons geheugen vastgehouden; en ze geeft bekoring en waarde aan de werktuigen die we dagelijks gebruiken en aan de materialen van kleding, meubilair en huisvesting. In het eerste geval geeft ze precisie en charme aan waarheid; in het tweede geeft ze precisie en charme aan functionaliteit. Want zodra we iets nuttigs echt goed maken is het een natuurwet dat we ingenomen zijn met onszelf en met wat we hebben gemaakt; en dan willen we het mooi maken en afmaken, op een gracieuze manier, met een meer verfijnde kunst die uiting geeft aan ons genoegen.
Wat ik vandaag vooral onder uw aandacht wil brengen is dit nauwe en gezonde verband tussen beeldende kunst en praktische functie; maar eerst moet ik proberen kort te verduidelijken hoe kunst Vorm geeft aan waarheid.

98. Veel van wat ik tot nu toe heb getracht te onderwijzen is in twijfel getrokken omdat ik te veel waarde zou hechten aan kunst als weergave van natuurlijke feiten, en te weinig als bron van genoegen. In het laatste van deze vier inleidende colleges wil ik u met klem verzekeren en voor zover de tijd het toelaat ervan overtuigen dat de vitaliteit van de kunst volledig afhangt van de vraag of ze hetzij van waarheid, hetzij van nut is vervuld; en dat hoe aangenaam, mooi of indrukwekkend ze op zichzelf ook moge zijn, ze toch van inferieur allooi moet zijn en tot nog grotere inferioriteit geneigd als ze niet duidelijk een van deze hoofddoelstellingen heeft: hetzij om iets waars uit te drukken, hetzij om iets nuttigs te verfraaien. Ze moet nooit op zichzelf bestaan; ze bestaat met recht alleen dan als ze een middel is tot kennis of gratie verleent aan het dagelijks leven.
[…]

121. Er bestaat voor mij geen enkele noodzaak om u de condities van de kunst te schetsen die direct zijn gebaseerd op de bruikbaarheid van kleding en van wapenrusting; maar het is mijn plicht om voor u op de meest positieve wijze te bevestigen dat als u er eenmaal in bent geslaagd de armen te voorzien van gezond voedsel, uw volgende stap naar het opzetten van kunstopleidingen in Engeland moet zijn de armen te voorzien van fatsoenlijke en gezonde kleding; kleding van goed en degelijk materiaal, geschikt voor hun dagelijkse arbeid, passend bij hun positie in het leven en gedragen op ordelijke en waardige wijze. En deze orde en waardigheid moeten hun worden onderwezen door de vrouwen uit de hogere en middenklasse, die over geen enkele kwestie de juiste opvattingen kunnen hebben zolang ze het in deze ene kwestie nog zo mis hebben, namelijk dat ze tolereren hoe smerig de armen erbij lopen terwijl ze zichzelf uitbundig kleden. En de ware kunst van het kleden moet zijn gebaseerd op de gepaste trots op en het comfort van de kleding van zowel arm als rijk; uitgevoerd door meester-kleermakers die niet minder nauwgezette aandacht besteden aan de volmaaktheid en schoonheid van hun stoffen en alle kwaliteit die daaraan in snit en ontwerp kan worden verleend dan de wapensmeden uit Milaan en Damascus ooit besteedden aan hun staal.

122. En dan, in de derde plaats, als we eenmaal voor enkele gezonde levensgewoontes hebben gezorgd wat betreft voedsel en kleding, moeten we hen van goede huisvesting voorzien. Ik heb eerder gezegd dat de beste architectuur eigenlijk niet meer was dan een veredeld dak. Denk er eens over na. De koepel van het Vaticaan, de portalen van de kathedralen van Reims of Chartres, de gewelven en bogen van hun zijbeuken, de overwelving van het graf en de spits van de klokkentoren: het zijn allemaal vormen die voortspruiten uit de simpele eis dat een bepaalde ruimte goed beschut moet zijn tegen hitte en regen. […]

Wees ervan verzekerd dat alles pas goed kan zijn als het dak goed is; en er zijn maar twee manieren om daken goed te maken. Bouw ze nooit van ijzer, alleen van hout of steen; en ten tweede, zorg ervoor dat in elke stad de kleine daken vóór de grote worden gebouwd en dat iedereen die er een wil er een krijgt. En we moeten ervoor proberen te zorgen dát iedereen er een wil. Dat wil zeggen: in een niet al te late fase van het leven moet een man ernaar verlangen een thuis te hebben waar hij niet meer weg wil, dat is toegesneden op zijn levensgewoontes en tot aan zijn dood steeds geschikter voor hem kan worden. En de mensen moeten willen dat deze woonplaatsen zo sterk mogelijk worden gebouwd en elegant gemeubileerd en ingericht, gesitueerd op een aangename locatie, in helder licht en met goede lucht, en ze moeten die plek minstens zo goed kunnen kiezen als zwaluwen. En als de huizen worden gegroepeerd in steden, dan moeten de mensen zoveel burgerzin hebben dat ze hun architectuur onderwerpen aan een gemeenschappelijke wet, en zoveel burgertrots dat ze willen dat die hele verzameling menselijke woningen tezamen iets moois vormt op de aardbodem, niet iets afschrikwekkends. […]

124. […] En daarom zijn dit de dingen die ik u hier in de eerste en de laatste plaats moet vertellen; dat de schone kunsten niet worden geleerd door Voortbeweging, maar door de huizen waarin we wonen mooi te maken en erin te blijven wonen; dat de schone kunsten niet worden geleerd door Concurrentie maar door stilletjes ieder voor zich ons best te doen; dat de schone kunsten niet worden geleerd door Vertoon, maar door te doen wat juist is, en te maken wat eerlijk is, of het wordt vertoond of niet; en dat, alles bijeengenomen, mensen niet uit trots of voor het geld moeten schilderen en bouwen, maar uit liefde; uit liefde voor hun kunst, liefde voor hun naasten, en alle liefde die misschien nog beter is dan de genoemde, en erop gebaseerd […]

Begin met houten vloeren; de mozaïekvloeren zorgen wel voor zichzelf; begin met rieten daken en u zult uiteindelijk uitkomen bij prachtige gewelven; zorg voor voldoende bieskaarslicht opdat oude ogen hun Bijbel kunnen lezen en jonge ogen het oog van de naald kunnen vinden, en u zult uiteindelijk genieten van gekleurd glas en waskaarsen. En door aldus de kunsten in te zetten voor universeel gebruik zult u ook hun universele inspiratie vinden, hun universele zegening. Ik heb u verteld dat niets wees op een speciale Goddelijkheid in de toepassing van deze kunsten, dat ze altijd allemaal even menselijk en even Goddelijk waren; en ter afsluiting van deze inleidende reeks colleges, waarin ik heb getracht de principes samen te vatten waarop uw toekomstige werk moet berusten, is het mijn laatste plicht enkele positieve woorden te wijden aan de Goddelijkheid van alle kunst, als die waarlijk fraai, waarlijk dienstbaar is.

[…]Daarom verzoek ik u in alle ernst te bewijzen, en te weten in uw hart, dat alle mooie en rechtschapen dingen mogelijk zijn voor wie in hun mogelijkheid gelooft, en voor wie besluit er zijn dagelijks werk van te maken. Laat elk ochtendgloren voor u zijn als het begin van het leven, en elke zonsondergang als de afsluiting ervan; zorg er vervolgens voor dat elk van deze korte levens een tastbare herinnering nalaat aan een vriendelijke daad verricht voor een medemens – of een positieve kracht of kennis die u voor uzelf heeft verworven; en zo, dag na dag, van kracht op kracht, zult u via de Kunst, via het Denken, en via Rechtvaardige Wilskracht een Ecclesia van Engeland opbouwen, waarvan men niet zal zeggen: ‘Zie, wat een geweldige stenen’, maar ‘Zie, wat een geweldige mensen’.