Het hedendaagse van het museum
Radically Yours #03
Radically Yours

Het hedendaagse van het museum

Essay
03/03/2012

In zijn essay “Wat is het hedendaagse” stelt Giorgio Agamben dat er een ontregeling, een verwarring tussen het heden en het hedendaagse lijkt te zijn.Door een onderscheid te maken tussen het actuele en het hedendaagse geeft de Italiaanse filosoof aan dat “degene die werkelijk hedendaags is, hiermee niet volledig in overeenstemming is […] en daarom niet actueel is.” “Maar,”zo vervolgt de filosoof, “juist door dit verschil en dit anachronisme is hij [die hedendaags is] meer dan anderen in staat zijn eigen tijd te begrijpen”. Deze visie helpt om enkele praktijken te begrijpen die zich vandaag de dag in de hedendaagse kunst afspelen. Neem bijvoorbeeld de steeds grotere aantallenkunstwerken die vervaardigd zijn met verouderde technieken als 16 mm film,dia’s of VHS-video of het organiseren van tentoonstellingen die decennia eerder al eens te zien waren. Deze ontregeling, een diachronie, is een van de toegevoegde waarden die de kunst produceert, waarmee ze de hedendaagse cultuur bevrijdt van de existentiële kortzichtigheid van de actualiteit van nu.

Het subtiele onderscheid tussen actueel en hedendaags wordt dus juist zichtbaar als iets obsoleet of verouderd overkomt. Kunst wil daarbij niet in de al maar dieper worden de spiraal van veroudering glijden, maar probeert daarentegen deze veroudering te gebruiken als middel en niet als doel. Een mooi voorbeeld hiervan is de recente en zeer interessante discussie over de relatie tussen hedendaagse kunst en ons hedendaags klimaat. Hierin staat het contrast centraal tussen de huidige drang naar technologische versnelling van onze maatschappij aan de ene kant en de hang naar ‘vertraging’ en ‘revisie’ die breed cultureel verspreid is aan de andere kant. We kunnen spreken van twee snelheden die dwars door ons historisch landschap gaan. Enerzijds is er een hightech cultuur die continu versnelt, voortgestuwd door een exacte evenredigheid: hoe meer technologie zich verspreidt binnen de samenleving, hoe groter het aantal vernieuwingen en updates ervan is. Anderzijds is er een ‘snelheid’, aanwezig in veel kunstwerken,die weerstand biedt tegen de cultuur van veroudering. Kunst lijkt zo hetprobleem van een andere snelheid op te werpen.Één van de kwaliteiten van kunst is dat het een waarde schept die steeds groterlijkt te worden met het verstrijken van de tijd. Dit is overduidelijk als we kijkennaar de geleidelijke acceptatie van de kunst door de massa. Dit betekent dat kunst,om geaccepteerd en verspreid te kunnen worden, een proces van verouderingmoet ondergaan dat haaks staat op de technologische drang naar innovatieen vernieuwing. Wanneer men bijvoorbeeld kijkt naar technieken die in deafgelopen jaren gebruikt zijn, valt op dat er in de kunst geen zogenaamdetechnologische ondergang bestaat. Een 16 mm projector, een diaprojector,een 3d beeldscherm uit begin van de twintigste eeuw, een VHS videoband,een walkman, mini dvd, cassette - en DAT-recorder waren eens niet minderbelangrijk dan de digitale technieken van de huidige generatie en zijn voorkunstenaars nog steeds interessant. En niet alleen omdat technologieën uithet verleden een eigen esthetiek hebben, maar bovenal ook omdat historischbezien alle technologie voorbestemd is om verouderd te raken. Voor de kunst,die altijd moet anticiperen op toekomstige waardering, is het daarmee om heteven of het een nieuwe of een oude technologie gebruikt. De kunst bevindtzich als het ware in een visionaire dimensie, een soort ‘onbepaalde toekomst’,waarin de meest recente technologische oplossing al verouderd is.Verwant aan het artistieke gebruik van oude technologieën door kunstenaarszijn ook curatoren geneigd om naar ‘vergeten’ kunstenaars of tentoonstellingenuit het recente verleden te kijken. Ze doemen op aan de horizon als wezenlijkonderdeel van onze hedendaagse cultuur. Door de twintigste eeuwse kunst ineen hedendaagse context te zetten, wordt duidelijk dat de relatie tussen heden,verleden en toekomst ingewikkelder ligt dan de traditionele indeling tussen‘klassiek’ voor oude en ‘hedendaags’ voor nieuwe kunst. Deze houding omsituaties van voorbije jaren te herzien en actueel te maken, maakt een historischeen sociale confrontatie mogelijk van het heden met het verleden.Het museum vervult een bijzondere functie in deze worsteling met verouderingen vernieuwing. Het is een plek voor dialoog en confrontatie en vergelijktverschillende “technieken” en isoleert er elementen uit die in verval kunnenraken. Het is niet per toeval dat de design musea de enige plek zijn waarindustrieel technologische producten nog bewonderd worden. Het museumredt het in onbruik geraakte apparaat op twee manieren. Enerzijds stelt hetdeze tentoon binnen de geschiedenis van de technologische en wetenschappelijkevooruitgang. Anderzijds ontsluit het museum een ‘functie’ van hetapparaat dat buiten zijn historische context ligt. Met andere woorden is in hetmuseum het apparaat niet alleen een stap op de ladder van technologischeinnovatie, maar krijgt ook een eigen ruimte en eigen waarde die hier los vanstaat. Doordat het museum niet volledig onderworpen is aan de drang naar(technologische) vernieuwing, is het een plek waarin verschillende essentiëleniveau’s van waardering binnen de samenleving samenkomen. Het museumrelativeert het heden en zijn obsessie met vernieuwing door te anticiperen opde toekomst waarin elke nieuwe technologie verouderd zal overkomen. Zostelt het museum de meest inflatueuse staat van ons heden – de vernieuwingomwille van de vernieuwing – ter discussie. In zekere zin kan men zeggen datde kunst geen houdbaarheidsdatum heeft. Net zoals een taal tienduizendenjaren gesproken blijft worden, kan een kunstwerk eeuwen, zo niet millenniaworden ervaren. Dit is waarschijnlijk de grootste waarde van de kunst: de‘extra’ betekenis behouden die het in de loop van de tijd gekregen heeft, terwijlhet grootste gedeelte van de functionele elementen om ons heen – al onzehigh tech gebruiksvoorwerpen – bestemd zijn om verouderd te raken.De functie van het museum is, behalve een plek te zijn waar kunstwerken ineen context worden geplaatst, het interpoleren van tijd om “in staat te kunnenzijn deze te transformeren en het in relatie tot een andere tijd te zetten, om erongeschreven geschiedenis uit af te lezen, om het te “citeren” vanuit een noodzaakdie niet voortkomt uit de willekeur ervan maar uit een behoefte waaraanhet niet kan beantwoorden”.3Lorenzo Benedetti is directeur van SBKM De Vleeshal in Middelburg en adviseurvan Sculpture International Rotterdam.

Dit essay is een bewerking van een Italiaanse tekst van Lorenzo Benedetti.

Het origineel is terug te lezen via vanabbemuseum.nl.

Het museum vervult een bijzondere functie in deze worsteling met verouderingen vernieuwing. Het is een plek voor dialoog en confrontatie en vergelijkt verschillende “technieken” en isoleert er elementen uit die in verval kunnen raken. Het is niet per toeval dat de design musea de enige plek zijn waarindustrieel technologische producten nog bewonderd worden. Het museum redt het in onbruik geraakte apparaat op twee manieren. Enerzijds stelt het deze tentoon binnen de geschiedenis van de technologische en wetenschappelijke vooruitgang. Anderzijds ontsluit het museum een ‘functie’ van het apparaat dat buiten zijn historische context ligt. Met andere woorden is in het museum het apparaat niet alleen een stap op de ladder van technologische innovatie, maar krijgt ook een eigen ruimte en eigen waarde die hier los van staat. Doordat het museum niet volledig onderworpen is aan de drang naar(technologische) vernieuwing, is het een plek waarin verschillende essentiële niveau’s van waardering binnen de samenleving samenkomen. Het museum relativeert het heden en zijn obsessie met vernieuwing door te anticiperen op de toekomst waarin elke nieuwe technologie verouderd zal overkomen. Zo stelt het museum de meest inflatueuse staat van ons heden – de vernieuwing omwille van de vernieuwing – ter discussie. In zekere zin kan men zeggen dat de kunst geen houdbaarheidsdatum heeft. Net zoals een taal tien duizendenjaren gesproken blijft worden, kan een kunstwerk eeuwen, zo niet millennia worden ervaren. Dit is waarschijnlijk de grootste waarde van de kunst: de‘extra’ betekenis behouden die het in de loop van de tijd gekregen heeft, terwijl het grootste gedeelte van de functionele elementen om ons heen – al onze high tech gebruiksvoorwerpen – bestemd zijn om verouderd te raken.

De functie van het museum is, behalve een plek te zijn waar kunstwerken ineen context worden geplaatst, het interpoleren van tijd om “in staat te kunnen zijn deze te transformeren en het in relatie tot een andere tijd te zetten, om er ongeschreven geschiedenis uit af te lezen, om het te “citeren” vanuit een noodzaak die niet voortkomt uit de willekeur ervan maar uit een behoefte waaraanhet niet kan beantwoorden”.

Lorenzo Benedetti is directeur van SBKM De Vleeshal in Middelburg en adviseurvan Sculpture International Rotterdam.
Dit essay is een bewerking van een Italiaanse tekst van Lorenzo Benedetti.