In de salon: Agnes van Dijk
Vrienden Van Abbemuseum

In de salon: Agnes van Dijk

natuurlijk modeontwerpster
09/01/2019

Mode, een woord voor verandering, voor aantrekkingskracht, voor anders zijn. Mode is een verschijnsel waarmee men aangeeft dat iets op een bepaald moment aantrekkelijk is. Als we deze betekenis toepassen op modehuizen, die ieder nogal dwingend een bepaalde kledingstijl kunnen opleggen, blijkt Agnes van Dijk niet in dat beeld te passen. Modehuizen proberen smaakverschillen te creëren en zo een eigen kring van cliënten op te bouwen. Hun aandacht gaat uit naar bepaalde persoonlijke eigenschappen, naar bepaalde leefstijlen en leeftijden die zij met hun kledingontwerpen kunnen accentueren.

Maar mode ontstaat ook op straat, of buiten de modehuizen die we allen kennen vanwege hun geruchtmakende presentaties. Mode kan namelijk ook ontstaan op ongewone plekken en soms gebruikte de couturier materialen die niet conventiegebonden zijn. Opmerkelijk, want deze spontaan ontstane mode kan zelfs in een later stadium het modebeeld gaan bepalen. Denk aan de vetkuif en de petticoat van de jaren vijftig. Hun invloed op haardracht en kledingsilhouet kan men nog steeds herkennen in enkele modebeelden.

Niet conventionele materialen! Zo komen we bij Agnes van Dijk. Agnes is een kunstenares van deze tijd die in haar werk zoekt naar momenten en materialen van duurzaamheid.  Duurzaamheid, momenteel een hot-item, is voor veel ontwerpers de basis van waaruit zij werken. Als een ontwerper gehoor wil geven aan een maatschappelijke vraag, dan kan men duurzaamheid niet vermijden. Dat betekent dat materialen die niet belastend zijn voor mens en omgeving de voorkeur genieten. Agnes kiest die materialen en maakt zeer bijzondere keuzen. Haar materialen zijn of resten van onze consumptiemaatschappij, of materialen die direct in de natuur voorhanden zijn. Met de nadruk op materialen die zich voordoen in de eigen omgeving, zoals organische stoffen die ook met onze culinaire voorkeuren te maken hebben.

In de film ‘van Ambacht tot Zeewier’, die u in deze presentatie via You Tube kunt aanklikken, wordt meteen duidelijk wat zij met haar mode wil laten zien en bereiken. Een danseres onderstreept de elegantie van haar ontwerpen die ondanks de aparte materiaalkeuze opvallen door elegantie en draagbaarheid en toch het aura van een kunstwerk bij zich dragen.

Agnes van Dijk, als klein meisje al knutselend met lapjes en stoffen, later als student met een eigen persoonlijke outfit, ontmoet dan haar eerste klant . Een dame die gezien haar werkkring niet in de rij gaat staan voor het geaccepteerde mantelpakje,  maar haar werkomgeving met op erotiek gebaseerde ingrediënten wil accentueren.

Daarvoor heeft Agnes in de jeugdzorg gewerkt. Dat is ook een werkomgeving waarin men wel eens met bijzondere kledingontwerpen en leefstijlen wordt geconfronteerd. Maar uiteindelijk kiest zij voor het kunstenaarschap.  En langzaam ontwikkelt ze, eigenwijs (?) haar stijl. Materialen die op haar pad komen dagen haar uit waarop zij een antwoord geeft. Sleutels uit de erfenis van haar moeder inspireren haar tot een Grass-key-dress, een sleuteljurk. Restmaterialen met brandschade kunnen onverwachte schoonheid in zich bergen en ontwikkelen zich tot een plissé jurk. Schildjes van de juweelkever bedekken een grasgroen ensemble. Bladeren van de savooiekool, inlegkruisjes als ludiek antwoord op vrouwelijk ongemak, latex als hulpmiddel om materialen te verduurzamen, pigmenten voor natuurlijke kleuren. Vooral latex, een vloeibare rubber – in principe een natuurmateriaal -  heeft voldoende sterkte en transparantie in zich om de meest ongewone natuurlijke materialen te binden waardoor zij tot mode verwerkt kunnen worden. Haar Egg-Dress, een jurk met daarop eierschalen, is een goed voorbeeld van die werkwijze.

Dit onderdeel wordt voor u geblokkeerd omdat het externe cookies bevat. Wilt u deze (en andere) content alsnog bekijken? Door hier op te klikken geeft u alsnog toestemming voor het plaatsen van externe cookies.

Pronken met andermans veren, voor Agnes is dat een uitgangspunt in haar werk. Wie erkent niet de schoonheid van pauwenveren, van struisvogels, maar wat denkt u van slachtafval, zoals hanenveren? De bloemen- en plantenwereld herbergt nog talloze mogelijkheden in zich. Het is de kunst is om die tere materialen goed te conserveren. En als dat lukt gaat er voor een couturier een wereld open. Agnes werd bijvoorbeeld geïnspireerd door de keramische zonnepitten van Ai Wei Wei. De Chinese kunstenaar die miljoenen van die pitten in een groot kunstwerk had verwerkt. Maar bij haar ging het mis. Een jurk met zonnepitten werd  ondraagbaar door het gewicht en er moest in etappes gewerkt worden, omdat de pitten eerst in water geweekt moesten worden voordat ze verwerkt konden worden. En door dat werkproces gingen veel pitten verloren omdat ze voortijdig uit kwamen.

Hennepbladeren, komkommerschijven, vissenhuid, schapenhaar, hondenhaar, paardenhaar, gerecyclede autostoelbekleding, inlegkruisjes voor tangaslips, sinaasappelschijven, mosselen met een knipoog naar Marcel Broodthaers, wieren, scheermesschelpen, zeesterren.  Allemaal ongewone materialen om daarmee schoonheid te verkrijgen. Schoonheidsidealen kunnen de mensheid tot onverwachte lichamelijke vormen inspireren. Denk aan de vergrote achterhoofden in de Egyptische kunst die vooral in de buste van Nefertete een modebeeld bepalen. Een ideaal dat nu nog steeds in haardracht zichtbaar is.  Wat denkt u van de verlengde halzen bij enkele culturen in Thailand? En de negentiende-eeuwse mode om dames door hun korset de ideale smalle wespentaille te bezorgen? Dit ‘martelwerktuig’ leverde ademloosheid op, waardoor dames bij het minste of geringste flauw vielen. Resten van deze vorm van mishandeling herkennen we nog in de ideale vrouwenvorm van de Barbiepop.

De presentatie van Agnes was even mooi als haar creaties. Dat kwam ook door de hulp van haar onvolprezen mannequin Inge Benjamens die met zwier en overtuiging de fraaie creaties toonde.

Piet

 

Bekijk hier de presentatie van Agnes van Dijk in PDF