In de Salon: André van de Wijdeven
Vrienden Van Abbemuseum

In de Salon: André van de Wijdeven

over Binnenste Buiten en het Verborgen Leven van de Mal
17/09/2019

'Op de kleuterschool deed ik een belangrijke ontdekking toen ik, ik denk voor Moederdag, een gipsafdruk van mijn hand mocht maken.
Zodra het gips warm werd en ik mijn hand kon weghalen, zag ik tot mijn grote verrassing mijn eigen handafdruk. Het was niet zozeer de hand die verraste, maar het feit dat hij in negatief was en toch leesbaar als mijn hand. Ik had voor het eerst een mal gemaakt en voelde dat ik de wereld om me heen kon afbeelden. Ik zag de eindeloze mogelijkheden, al kon ik die toen nog niet verwoorden.
Als kind paste ik iedere week om te zien of mijn hand al gegroeid was.  Nu pas ik af en toe om te zien hoe lang geleden het is. In beide gevallen de verwondering over het feit dat het mijn hand is'.

André van de Wijdeven maakt als beeldend kunstenaar voornamelijk ruimtelijk werk. Dit gevoel voor het  ruimtelijke komt al snel in zijn jeugd naar voren. Hij vertelt dat zijn tweede moment van grote verwondering plaats vond bij het werken met klei. 'De juf liet ons een kaarsenkandelaar te maken. Ik ontdekte dat als ik de klei op tafel onder mijn handen rolde, ik een veel strakkere ronding kon maken dan wanneer ik de kandelaar rechtop probeerde te boetseren. Ik ontdekte gereedschap en techniek en zag dat ik de wereld om me heen kon vormgeven. Ook dit kon ik toen natuurlijk nog niet onder woorden brengen maar die opwinding voelde ik wel.'

Later, een paar jaar later,  ontdekt hij opnieuw het fenomeen van de mal. Tijdens een zomerkamp maakten ze als kind mallen door hun hand in het zand te steken en de aldus ontstane holte te vullen met gips  waardoor een ruimtelijke afdruk van de hand ontstond. Jeugdherinneringen, vroege ervaringen,  kunnen bepalend zijn voor het verdere leven. André is hiervan een voorbeeld. De mal, de negatieve vorm van een ruimtelijk beeld, wordt een inspiratiebron voor hem. Tijdens zijn latere kunstenaarschap zal de mal een grote rol spelen in zijn ideeën over vormgeving.

In de praktijk leidt de mal een verborgen leven. Meestal verdwijnt de mal nadat hij gebruikt is. Hij wordt vernietigd of verdwijnt ergens in een opslag om daar een stil en verborgen leven te leiden.

In de beeldende kunst is de mal echter een belangrijk voorwerp. Hij wordt gebruikt om ontwerpen in andere materialen te maken of om meerdere exemplaren te maken.  Zonder de mal geen bronzen beelden! Voor André had de mal nog een extra betekenis. De mal biedt hem de mogelijkheid om afstand tot zijn eigen beelden te creëren. Het lijkt dan of de beelden niet gemaakt zijn, maar dat ze er al eerder waren.
In zijn vroege werk hanteert hij een strakke, bijna industriële beeldtaal, ontdaan van een persoonlijke stijl. De vorm wordt in de mal reeds vervolmaakt door na het gieten verdere bewerkingen als schuren en polijsten aan toe te voegen. Na het afgieten kan het beeld verder bewerkt worden om in het nieuwe materiaal zijn ideale vorm te krijgen. Zo ontstaan strak gestileerde beelden die ondanks alles,  inhoudelijk nog steeds een persoonlijk affect van André in zich dragen.
Als het digitale tijdperk aanbreekt komt hij in aanraking met technieken als 3D tekenen, scannen en printen. Het 3D tekenen paste hem echter niet. Het platte vlak biedt hem geen uitdaging, het is te vlak, er is geen ander materiaal, de maatvorm is niet ruimtelijk.

In 2003 scant hij  het beeld Godspot in 3D en het is het eerste beeld dat een digitale mal heeft. Het is uiteindelijk bedoeld als koelkastmagneet. De digitale techniek geeft hem de mogelijkheid om de maatvoering aan te passen. Het beeld kan kleiner of groter worden en de detaillering kan worden vervolmaakt. Na het printen wordt het beeld gelakt en voorzien van een edelsteen en een magneet.

Hierna onderzoekt hij de verdere mogelijkheden die de digitale techniek hem biedt. Voor de Beeldengalerij in Den Haag maakt hij gebruik van die mogelijkheden. Digitale bestanden worden uitvergroot tot 2 meter, plakken klei van 2 cm dik worden gesneden, contouren worden door de computer bijgewerkt, paskruizen toegevoegd en dat alles wordt op papier uitgeprint. Uiteindelijk worden de sjablonen die zijn ontstaan op 2 cm dikke schuimplaten gelegd en overgetrokken, waarna ze worden uitgezaagd, genummerd enzovoort. Deze platen worden met behulp van de paskruisen op elkaar gelijmd, de vorm wordt glad afgewerkt en daarna in de metaalgieterij in aluminium gegoten.  Als laatste bewerking wordt het beeld gelakt en staat het in de Beeldengalerij in Den Haag, op het Spui in de openlucht bij het stadhuis en bibliotheek en kan dagelijks door duizenden mensen bewonderd worden.

Toch blijft er iets knagen bij de beeldhouwer André van de Wijdeven. De beelden zijn industrieel van karakter. Ze missen een persoonlijke geladenheid. Perfectie kan soms ook te ver gaan. Dus, als hij in 2014 een opdracht krijgt van het Ministerie van Economische zaken om een aantal reliëfs te maken, grijpt hij deze kans onmiddellijk aan. De reliëfs worden ter plaatse gemaakt. Dit in verband met de problematiek van vervoer, maar ook doordat de lichtval van de beoogde plaats van belang is. Hij boetseert het ontwerp met een soort plasticine die tijdens het werk maatvast blijft. Daarvan wordt een mal gemaakt, in gips en verstevigd met staal, die ter plaatse worden gegoten. In deze mallen wordt na droging een gelijke laag klei aangebracht, waardoor het reliëf zonder spanningen tijdens het drogen waardoor krimp en spanning ontstaat zijn vorm en vlakheid kan bewaren. Na een droogtijd van zes weken wordt het reliëf van klei gebakken en in de wand aangebracht. 

Hierna wil hij de afstandelijke industriële perfectie verlaten  en beelden gaan maken met behulp van mallen waarin het toeval een rol kan spelen. Na experimentele workshops met kinderen maakt hij mallen waarin hij de klei met zoveel kracht perst dat het materiaal naar buiten wordt gestulpt. Hij gebruikt hiervoor zijn handen en vingers, maar bij grotere vormen ook stokken. Zo ontstaan beelden die de mal ontgroeien, beelden die vanuit een vast gegeven dat in de negatieve mal besloten ligt door externe krachten een eigen en toevallige vorm aannemen.

André van de Wijdeven laat in de Salon zien hoe hij als beeldhouwer via de perfectie van techniek een grote mate van persoonlijkheid in zijn beelden kan inleggen. Dit persoonlijk aspect kan niet zonder de grote technische kennis die hij in de loop der jaren heeft opgedaan, maar die hem de kans geeft om datgene te verwerkelijken waardoor hij als persoon in zijn werk zichtbaar wordt.

Bekijk hier de presentatie van André van de Wijdeven.

 

Piet van Bragt