In de salon: Bert Loerakker
Vrienden Van Abbemuseum

In de salon: Bert Loerakker

Reflecties tussen natuur en geometrie
12/12/2017

In veel gevallen is de jeugd van de kunstenaar niet zo interessant dat daar een beschouwing aan gewijd moet worden. Bij Bert Loerakker ligt dat anders. Hij geeft dat zelf aan. Zijn jeugd en alle evaringen, emoties en keuzes die hij heeft moeten maken, hebben zijn volwassen kunstenaarschap mede bepaald. Daarom durft hij daar ook heel open over te vertellen. Een van de redenen dat hij daar zo openlijk over is, komt door het interview dat Hans den Hartog Jager met hem had over de uitgave van een nieuw boek over zijn werk. Maar ook een artikel onlangs in het Eindhovens dagblad en de gesprekken met Leo Delfgaauw in verband met zijn proefschrift zijn aanleidingen geweest om zijn ervaringen in zijn jeugd openlijk ter sprake te brengen.

Bert is in 1948 geboren in Breda. Zijn moeder is katholiek, zijn vader protestant. Later zal blijken dat deze religieuze tweedeling en contrast misschien hier al een voedingsbodem in zijn werk kon vinden. Zijn moeder had de stille hoop dat er een meisje geboren zou worden. Maar het werd Bert. Zijn zus zag later het levenslicht. Bert blijkt dan later en jongetje te zijn dat graag zijn eigen gang gaat en stilletjes zit te tekenen. Als klein kind maakt hij al eigen keuzes. Zo wil hij als twaalfjarige beslist óf cowboy óf pater worden. Het avontuur trok hem toen al aan. Cowboy werd hij niet, maar de avontuurlijke kant van de missionaris trok hem bij zijn keuze over de streep, daarbij sterk gestimuleerd door zijn moeder. In het gesprek met Den Hartog Jager en ook anderen, werd vaak opgemerkt dat Bert misschien toch ondanks zijn kunstenaarschap altijd missionaris is gebleven. Hij wil de kijker steeds iets meegeven in zijn kunst.

Het seminarie werd geen succes. Na enkele maanden had hij het wel gezien, maar moest onder lichte dwang van zijn moeder toch drie jaar blijven. Daarna volgden twee jaar HBS. Ondertussen is zijn beroepskeuze sterk beïnvloed door een docent, de tekenleraar. Deze leraar die een losse manier van werken en leven demonstreert, inspireert de jonge Bert. Hij besluit kunstenaar te worden en verder te gaan studeren op de academie. Dat wordt Tilburg met vooruitzicht op een docentschap. Maar onderwijs beantwoordt niet aan zijn diepste verlangen, zodat hij na twee jaar besluit om als vrij kunstenaar zich staande te gaan houden. Deze keuze is zeer bewust en de consequenties van hard werken en het ontbreken van luxe zijn daar een voor hem logisch gevolg van.

Als je jezelf wilt leren kennen schilder je een zelfportret. En zo begint hij onder andere daarmee zijn carrière. Maar al snel verlaat hij dat pad en begint met een proces van abstraheren. Zijn schilderijen worden wit! Door zijn verblijf op dat moment in Parijs opent zich voor hem een nieuwe wereld en hij ontdekt naast het wit ook de geometrie. Zijn hele verdere leven zal hij de geometrie trouw blijven. Altijd zal zijn werk een geometrische basis hebben. Hij herinnert zich de voor hem zeer indringende gebeurtenis dat zijn vader hem meenam naar het museum toen hij zijn ouders te kennen gaf dat hij kunstenaar wil worden. Hij ontdekt samen met zijn vader Mondriaan en Dick Ket. En zijn verdere leven zal hij geïnspireerd blijven door het contrast tussen de twee kunstenaars die twee visies op het leven zichtbaar maken. De keuze tussen natuur en geometrie, de keuze tussen emotie en ratio, de keuze tussen de schoonheid van de wereld en de onderliggende ordening is de basis voor de kunst van Bert Loerakker. En in die keuze is hij principieel en radicaal.

Rudi Fuchs biedt hem een tentoonstelling aan in het van Abbemuseum. Zijn witte schilderijen die hij daar dan exposeert dreigen hem in het hokje van het fundamenteel schilderen te duwen. Maar binnen die stroming denkt men vanuit het materiaal en dat is een totaal andere benadering dan die hij wil bereiken. Hij wil niet in een hokje geplaatst worden en geen onderdeel zijn van een stroming. Hij wil zijn eigen gedachten ontwikkelen en die levend maken in zijn schilderkunst. Zoals hij zelf zegt, hij is zijn eigen stroming!

Jan Debbaut, de opvolger van Rudi Fuchs, begreep Bert uitstekend en biedt hem in de voorbereiding van zijn tweede solotentoonstelling in het Van Abbemuseum de vrijheid om zijn ideeën verder te ontwikkelen. In de loop van de jaren wordt zijn werk steeds meer abstract geometrisch. Maar de natuur sluipt wel langzaam zijn werk binnen als de tweeluiken ontstaan. Zijn kennismaking met het werk van de Neue Wilden in Duitsland draagt daartoe bij. De spontaniteit en lichtheid van hun werkwijze en hun onbevangen omgaan met elementen uit de natuur was voor hem een eyeopener. En zo ontstaan zijn expressief geometrische tweeluiken.

In 2008 verwoest een brand zijn atelier in Helmond. Al zijn werk gaat verloren. Zijn schilderijen, zijn documentatie, zijn foto's. Maar vooral zijn hele leven met kunst tot dat moment eindigt op een dramatische manier. Terwijl hij huilend en vloekend zijn werk ten onder ziet gaan, besluit hij zich niet 'te laten kisten' en vanaf dat moment ook consequent verder te gaan. Zijn werk wordt vooral in het linker natuurgerelateerde deel vluchtiger . Zijn natuurbeleving in zijn tweeluiken wordt spontaner en poëtischer. Hij onderkent het gevaar dat zijn tweeluiken een trucje zou kunnen worden en onderneemt letterlijk actie om zijn beeld op de kunst te vernieuwen. Net als jaren geleden toen hij naar New York ging met een werkbeurs en ziet dat de geometrie en bruisende hectiek van de wereldstad zijn werk een nieuwe impuls kan geven, zoekt hij ook nu weer naar inspiratiebronnen om verder in zijn werk te ontwikkelen .

Zo blijft zijn werk in beweging. De natuur in het linkerdeel wordt soms realistischer, herkenbaarder of meer inzoomend en zo ook abstracter. Hij ontdekt dat zijn abstract geometrische deel het denkproces stimuleert. Deze abstractie vindt hij zo noodzakelijk, omdat het hem de kans geeft zich 'te laten gaan' in het andere deel. Bert blijft de tegenstelling zoeken. In zijn leven is dat de rust in de natuur en de snerpende gitaren in de muziek waar naar hij luistert op zijn atelier. Het contact met collega’s en gelijkgestemden in adviescommissies en besturen en/of lesgeven in tijdelijk verband en het organiseren van tentoonstellingen, combineert hij met het zich terugtrekken in zijn atelier en zich concentreren op zijn eigen werk.  Wat toch wel het belangrijkste voor hem is. In zijn werk prevaleren de natuurlijke gegevens en de totale abstractie, het zo breed mogelijke spectrum van de schilderkunst.

Bert benadert de wereld vanuit zijn twee ego's. Zijn radicaliteit in zijn persoonlijkheid is voor hem prominent. Zijn keuze voor natuur en ordening bepaalt zijn wijze van omgaan met de realiteit. Naast zijn obsessie voor de intimiteit in zijn werk wil hij dat waar hij voor staat ook uitdragen. Van belang is voor hem dat hij door zijn werk mensen aan het denken kan zetten. Was het eerst de ruimte tussen de twee delen van zijn werk  waarin het denkproces plaats moet vinden later gaan de diverse vlakken tegen elkaar aan en in elkaar , de confrontatie wordt sterker maar er ontstaat ook meer één geheel . Hier ontmoet de natuur de ordening. Deze botsing brengt reflectie teweeg.

Niemand zal denken als hij het geheel van zijn oeuvre overziet dat Bert in een enkele stijlvorm is gevangen. De ontwikkeling in zijn werk is subtiel en consequent. De goede beschouwer kan van hem leren dat emotie en orde altijd fluctueren, dat gevoel en ratio steeds nieuwe beelden en realiteiten laten ontstaan. Natuur naast abstractie is voor hem essentieel, want ze kunnen niet zonder elkaar. Het een zit opgesloten in het andere. En uiteindelijk kan bijvoorbeeld het geometrische vlak voor hem een horizon worden, waarboven de natuur en ook hijzelf zich in volle wasdom kan tonen.

Bert Loerakker, eigenzinnig denker, maar vooral schilder.

Bekijk hier de presentatie.