In de salon: Diana Franssen over Riga
Vrienden Van Abbemuseum

In de salon: Diana Franssen over Riga

YOU’VE GOT 1243 UNREAD MESSAGES...
15/01/2018

Een verrassende titel, dat mag gezegd worden. En een uitdagende titel. Hier wordt  waarschijnlijk iets anders beloofd dan wat het normale kunstbedrijf ons regulier aanbiedt. Want bij welk individu van deze tijd is het mogelijk te bedenken dat 1243 mailberichten ongelezen zijn! De tijd dat internet ons leven nog niet wil bepalen ligt achter ons De afbeelding van het portret van een Neanderthaler naast dit intrigerende bericht maakt misschien meer duidelijk, of roept ook vragen op? Vragen die bij elke tentoonstelling relevant zijn. Want zonder vragen wordt elke visie waardeloos. En om eventuele antwoorden te krijgen moet men deze tentoonstelling bezoeken. Een goede vraag daagt uit en dwingt de bezoeker tot nadenken en reflectie. 

Diana kiest in Riga voor een bijzondere insteek bij haar tentoonstelling. Praktisch gesproken zet zij in haar presentatie een stapje terug in de tijd en richt zij haar blik op het moment dat de digitale media ons leven nog niet zo sterk konden bepalen. De afbeelding van de Neanderthaler is echter een vondst en dient een tweeledig doel. Naast haar verwijzing naar het pre-digitale tijdperk is de Neanderthaler voor de moderne jeugd een symbool voor de wat ouderen onder ons die nog uit het analoge tijdperk stammen. Feitelijk wil de tentoonstelling een beeld laten zien van hoe communicatie in het pre-digitale tijdperk tot stand kon komen. Want velen van de iets oudere garde kunnen zich nog herinneren hoe zij zijn opgegroeid met radio, met vaste telefoonlijnen, met telefooncellen op straat,  met telegrammen, faxen, notitieboekjes, losbladige agenda’s en typmachines met carbon! Want wie van de jeugd kent dat nog? En dat is allemaal nog niet echt zo lang geleden. Maar de tijd en technologie gaan snel!

Een tweede belangrijke factor bij het samenstellen van de tentoonstelling is de invloed van de culturele en maatschappelijke situatie in Letland. Letland werd in de twintigste eerst bezet door Rusland en zuchtte daarna onder het regime van Nazi-Duitsland.  Na  de oorlog werd Letland opnieuw een deel van Rusland, die het als een wingewest beschouwde. Het was ingrijpend voor het land dat de landbouw van Letland grotendeels werd vervangen door industrie en dat de benodigde arbeiders vanuit heel Rusland werden aangevoerd. In Letland moesten opeens twee bevolkingsgroepen naast elkaar leren leven. Deze Russische arbeiders hoefden aan geen enkele eis te voldoen. Ook het beheersen van de Letse taal was onbelangrijk. In het onderwijs werd Russisch de voertaal en alleen de geschiedenis van het de Sovjet Unie werd onderwezen. Cultuur en taal van Letland werden als onbelangrijk terzijde geschoven. Pas in 2004 bepaalde men dat 60 % van de onderwijstijd in de Letse taal onderwijs moet worden gegeven. Na de onafhankelijkheid in 1991 werden er pogingen ondernomen om tot integratie over te gaan, maar nog steeds  blijft het een handicap voor veel inwoners met een Russische achtergrond het Letse staatsburgerschap te verwerven. Wantrouwen onderling kenmerkt menselijke verhoudingen. 

Deze overwegingen zijn uitgangspunten voor Diana bij de voorbereiding van de tentoonstelling. Zij wil een beeld zichtbaar maken van hoe een samenleving communiceerde binnen een complexe culturele en maatschappelijke situatie. Hiermee openden zich meteen een aantal valkuilen. Om dit te realiseren moet men namelijk op zoek gaan naar kunstenaars die passen binnen dit gegeven. En dat zijn niet de grote namen uit de Westerse kunstgeschiedenis. De keuze voor kunstenaars zal zeer specifiek moeten zijn. Maar Diana heeft als voormalig hoofd van de bibliotheek van het Van Abbemuseum en binnen haar huidige functie als conservator onderzoek kennis van archieven en documentatie. De tentoonstelling die zij in Riga realiseerde is een voorbeeld van haar gerichtheid op kunst die de verbindingen met de context mogelijk maakt. Deze tentoonstelling draagt nadrukkelijk haar persoonlijke handtekening. De tentoonstelling leunt op dat wat zij van belang vindt: onderzoek, documentatie, archivering en context. Zij combineert werken van spraakmakende kunstenaars met werken die voortkomen uit de traditionele folklore, geschiedenis en analoge technologie. Zij doet verslag van het zoeken in het recente verleden naar eigen identiteit met behulp van de beschikbare analoge middelen. Zij ontdekt dagboeken, plakboeken en familie albums. Zij onthult privé-archieven, zij vindt mail-art. Zelfs ontdekt ze illegale manieren om verboden westerse muziek in een door Rusland gedomineerd land te kunnen beluisteren. Kleine geschiedenissen vertellen hier een groot verhaal. En deze kleine getuigenissen laten de moed en durf van een generatie zien als zij zich verzet tegen een systeem dat hen ongevraagd is opgedrongen. Kunst kon hier op onverwachte wijze ontstaan. Door te durven af te wijken van de wetmatigheid van een bezettende macht werden speciale persoonlijke eigenaardigheden op dat moment manifest. Zij laat zien dat kunst en leven elkaar ook toen nog konden omhelzen, ondanks of dankzij de omstandigheden.  De tentoonstelling herschept een wereld die voor volwassen bezoekers nostalgische herinneringen kan oproepen. Maar voor hen die opgroeien in dit digitale mediale tijdperk, waar Facebook en Instagram normale middelen zijn om in deze wereld te kunnen functioneren, moet deze tentoonstelling een verrassend intrigerend beeld opleveren. Het zal voor velen de ogen openen om anders naar de hen omringende wereld te kijken en te beseffen dat digitale techniek niet een essentiële voorwaarde voor creativiteit hoeft te zijn.

Het Nationale Museum in Riga bezit na zorgvuldige restauratie een grote zaal die verdiept is aangelegd. Vanuit het park is het mogelijk via een raam, een glazen vloer, de ondergrondse zaal in te kijken. Deze ruimte, waar Diana haar tentoonstelling inrichtte, bezit een  ingangspartij en een kleine en een grote zaal. Groot betekent hier echt groot, denk aan het formaat van de zaal van De Pont in Tilburg. Deze drie ruimtes stonden Diana ter beschikking om haar statement te maken. In de voorbereidende zaal wil ze laten zien hoe kunst en leven samen komen. Veel bewoners van Letland hebben hiervoor hun dagboeken ingeleverd. Daar bevinden zich bijzondere exemplaren bij zoals scheepsjournalen, boeken met citaten uit verboden literatuur en dagboeken voor botanische tuinen. Al deze journaals zijn exemplarisch voor de wijze waarop mensen hun leven en omgeving willen vastleggen. En zo kan men op een bijzondere manier een inkijk krijgen in het leven van gewone mensen. Waarmee meteen de inhoudelijke kern van de tentoonstelling is vastgelegd.

De volgende zaal laat fotografisch werk zien van de Indiase Dayanita Singh. Haar foto’s documenteren de ogenschijnlijke chaos van archieven in haar geboorteland. Ogenschijnlijk, want medewerkers weten op een of andere wijze in die chaos ogenblikkelijk datgene tevoorschijn te toveren wat gevraagd wordt. Waarmee duidelijk wordt dat ons systeem niet hun systeem behoeft te zijn. We kunnen hier ontdekken dat we niet bang moeten zijn voor ogenschijnlijke chaos. Hiermee zet Diana de toon voor de andere ruimten. De op het eerste oog primitieve communicatiemiddelen die het hart van de tentoonstelling vormen blijken een grote creatieve impuls te demonsteren. De verouderde machines van Xavier Antin om drukwerk te kunnen maken, de verzameling pasfoto’s waarmee Joachim Schmidt, door ze doormidden te knippen en opnieuw te monteren,  nieuwe identiteiten maakt. De opdrachten van Yoko Ono zoals “Kijk nu in de blauwe ogen van je medemens”, de telefoons waarmee concerten in Wenen beluisterd kunnen worden. Kaarten, plattegronden, clusters met kleine thema’s, mail-art, stempels, privé archieven, de film van William Kentridge. En dat allemaal luchtig vormgegeven, zodat alles zijn eigen identiteit behoudt. De ogenschijnlijke saaiheid van archieven verleidt tot leer-achtige momenten. Grote imponerende kunstwerken worden vermeden. Via Celmins die een grootheid is in Letland leert de bezoeker gedetailleerd kijken. Twee leitjes die wij nog  kunnen herkennen als een primitief schrijfoppervlak, nodigen uit tot aandachtige beschouwing om antwoord te geven op de vraag wat echt is of geschilderd. Deze training in zorgvuldig kijken is ook een manier van communiceren. Joe Orton & Kenneth Halliwell tonen hun wand met hun gestolen foto’s, wat bij de een tot gevangenisstraf leidde en bij de ander tot zelfmoord!

Ontroerend is het project met de X-ray records. Omdat het in de Russische tijd verboden was om westerse muziek te beluisteren, werden röntgenfoto’s gebruikt als materiaal om LP’s te maken. En dat werkt! Alleen is de slijtvastheid miniem, zodat na enkele keren slechts ruis hoorbaar is. Veel studenten in die tijd simuleerden gebroken armen om röntgenfoto’s te kunnen bemachtigen.

De tentoonstelling geeft de bezoeker de kans om zich onder te dompelen in communicatiemiddelen die slechts als herinnering in het geheugen zijn opgeslagen. Kleine ervaringen van kunstenaars maken grote indruk. Zoals de Duitse kunstenaar Trumbetas die het leven van één gastarbeider documenteert. Of Miroslav Tichy die zelf camera’s bouwt van soms zeer onconventionele materialen en daarmee het leven in de stad fotografeert. Edgars Ozolins die een fictief land creëerde. Hij wilde Letland vanuit IJsland bevrijden. Daarom bouwde hij met eigen materialen de voor hem ideale auto, de ideale man/vrouw. Helaas met als opmerking dat hij steeds meer naar het fascisme neigde en langzaam naar het kwaad afzakte. 

De lijst van deelnemende kunstenaars is lang. We kunnen in dit kader niet uitgebreid ingaan op Livia Patikne met haar fotoarchief van bloemen, Harry Smith met zijn verzameling papieren vliegtuigjes, Andrejs Strokins en zijn dagelijkse dia show met als thema bijvoorbeeld steeds dezelfde auto, het fijnzinnige werk van Ruth Wolf-Rehfeldt dat zij maakte op haar typemachine. Rea Nikonova en haar aan de keukentafel samengestelde tijdschriften, de mail-art van Guilermo Deisler, Victorija Eksta die het leven volgde van mensen die naar de Goelag werden verbannen, On Kawara die het vergaan van de tijd vastlegt en daarom de tijd wil vastpakken, Alexandr Rodchenko met zijn uitgewiste foto’s van leiders uit Oezbekistan en Konstantïn Raudive die met de doden kon spreken.

Maar de tentoonstelling eindigt met William Kentridge. Bekijk vooral hieronder zijn film over Second-hand Reading.


Het moet voor Letland, maar ook voor ons, een oorverdovende tentoonstelling zijn. Oorverdovend door de stilte die opgeroepen wordt en het besef dat kunst en de wereld elkaar niet kunnen ontlopen, ondanks machthebbers die dat willen voorkomen. Dit is een tentoonstelling voor aandachtige kijkers. Voor Letland is het misschien een eyeopener dat ook naar kunst gekeken kan worden als kunst niet bestaat uit schilderkunst en sculptuur. Dit is een tentoonstelling voor mensen die bereid zijn zich in te spannen om misschien verloren gewaande herinneringen weer te kunnen laten opbloeien en in een nieuw licht het waardevolle ervan opnieuw te bepalen. Geschiedenis hoeft niet saai te zijn als men zich er voor open stelt. En geschiedenis is zeker niet saai als we er naar kijken door de ogen van kunstenaars die het aandurven om ongeplaveide paden te betreden.

Riga is niet naast de deur, maar toch: Komt dat zien, u mag dit niet missen. U hebt nog de tijd tot 4 februari.

Als u de presentatie wil zien, klik dan hier

Piet van Bragt