In de Salon: Edwin Becker
Edwin Becker
Vrienden Van Abbemuseum

In de Salon: Edwin Becker

Een avond om in te lijsten
07/11/2016

Met dank aan de Nederlandse Spoorwegen komt Edwin Becker net even te laat met geëxcuseerde outfit in een overvolle Salon. Edwin maakt in 1995 in het Van Gogh Museum in Amsterdam, waar hij hoofdconservator is, de tentoonstelling In Perfect Harmony, Picture + Frame over de periode 1850 - 1920.

Edwin kan men beschouwen al een van de eerste curatoren in dit land die de macht van de 'white cube' durfde te doorbreken. Hij exposeerde zijn tentoonstellingen in zalen met gekleurde wanden die het kunstwerk de achtergrond gaven waarin ze zich thuis voelen. Daar het Van Gogh Museum zich in zijn beleid richt op de kunst rond Van Gogh en dat in die periode de interieurkunst andere accenten had dan later, is deze vormgeving en kleurstelling volgens Edwin een goede vereiste. Dat geldt ook voor de keuze van lijsten die de kunstwerken omgeven. Momenteel zien we een tendens om óf de lijst geheel af te schaffen, óf om de lijst een soms erg dominante plaats te geven als onderdeel van het kunstwerk. Maar de lijst bestaat weer, vooral omdat het tweedimensionale kunstwerk weer mag bestaan na een kortstondige periode rond de eeuwwisseling dat het een 'not done' imago had meegekregen.

Edwin begint zijn verhaal met de vraag welke lijst past samen met het kunstwerk in welke omgeving. En, moet de lijst een kader zijn die een eenheid vormt met het kunstwerk? Eenheid of contrast?  Bijna altijd kiest men in de loop der geschiedenis voor eenheid en ondersteuning van het kunstwerk. In de catalogus Perfect in Harmony citeert Wolfgang Kemp  Friedrich Schlegel die kernachtig uitdrukt: "Elk kunstwerk brengt zijn eigen omlijsting voort."

De lijst kan verschillende functies bekleden. In de eerste plaats kan het een afkadering zijn van het 'geweld' van de omringende omgeving. Daarbij is een lijst, zoals men vanaf de renaissance dacht, een venster op de wereld. Men kan de lijst beschouwen als de opening waardoor men naar het beeld kijkt. maar ook is de lijst een omkadering van een illusie en een idee. Dit gezicht op de wereld, deze illusie, deze gedachte, wordt door de lijst beklemtoond. Zo is de lijst uiteindelijk te beschouwen als een intermediair tussen het kunstwerk en de omgeving en bevordert het de integratie tussen de omringende wereld en het illusoire beeld binnen de lijst.

In de geschiedenis van de negentiende en twintigste-eeuwse lijst is het mogelijk om enkele perioden te onderscheiden. In elke periode verandert de visie op kunst, wat de vormgeving en functie van de lijst mede bepaalt. Historisme, Victoriaanse kunst, de kunst van James McNeill Whistler, Wiener Secession, Impressionisme, Neo-impressionisme, les XX, en twintigste eeuw volgen elkaar in hoog tempo op. 

Caspar David FriedrichCaspar David Friedrich

Edwin opent zijn verhaal met het Tetschener Altar van Caspar David Friedrich uit 1807 - 1808. De lijst, vervaardigd door de beeldhouwer Gottlieb Christian Kühn,  is een protest tegen de zielloze zeventiende- en achttiende-eeuwse lijst. De lijst moet niet alleen een drager zijn van de inhoud, maar dat tevens in zijn architectuur uitdragen en beklemtonen. Voor Friedrich moeten altaarstuk en schilderij een eenheid vormen. De betekenis van het beeld wordt verder versterkt door de verbeelding in de lijst: de engelen die neerkijken op het landschap met de kruisiging, en het oog van God dat het beeld via lichtstralen in het schilderij in zijn geheel omvat.

Franz von LenbachFranz von Lenbach

Dit schilderij, dit altaarstuk, opent een nieuwe visie op omlijsting. Kunstenaars gaan nu op zoek naar nieuwe mogelijkheden. Dat betekent dat er nadrukkelijk eisen aan de lijstenmakers worden gesteld. Soms maakt men gebruik van reeds bestaande antieke lijsten:  of het kunstwerk wordt dan op maat gemaakt, of de lijst wordt wat betreft formaat aangepast aan het schilderij.  Als voorbeeld gebruikt Edwin het werk van Franz von Lenbach die antieke sansovino lijsten en lijsten uit Venetië voor zijn werk gebruikt.

In de Parijse Salon van de negentiende eeuw wordt op 'kwaliteit geselecteerde' kunst gepresenteerd. De wanden zijn vol gehangen met schilderijen. De lijsten zorgen voor een afbakening van het terrein dat elk schilderij tot zijn bezit mag rekenen. De lijst fungeert hier als grens. De salon is in de praktijk een artistieke markthal en de lijst dient hier om de buurman van zich weg te duwen. Bijna alle lijsten zijn verguld en vallen soms op door hun geweldige krullerige eigenschappen. Wil men gezien worden, dan moet men alle kansen benutten.

Alma TademaAlma Tadema

Interieurkunst en de lijst: twee ontwerpgeschiedenissen die elkaar ontmoeten. Vooral in de periode dat historisme en victoriaanse kunst prominent zijn, is deze symbiose zichtbaar. De lijst gaat een synthese aan met het interieur. Soms zijn lijsten complete architectuur rond het kunstwerk. Het Lentefestival van Alma Tadema en The Blessed Damozel van Rossetti zijn hiervan goede voorbeelden. Het gaat nog in crescendo verder bij het werk dat James McNeill Whistler maakte voor The Peacock Room, namelijk zijn Harmony in Blue and Gold uit 1876. Hier is schilderij en interieur een groot ' Gesamtkunstwerk' Ook bij de kunstenaarsgroep Wiener Secession waar Franz von Stuck en Klimt deel uit maakten, wordt de grens tussen omlijsting en schilderij overschreden. Hier is zelfs sprake van overestheticisme, waarbij soms het zicht op de realiteit wordt verloren.

MonetMonet

De impressionist daarentegen gebruikt een sobere lijst. De nadruk ligt op het schilderij, het beeld. Later bij het Neo-impressionisme zien we dat de lijst weer deel uit gaat maken van een totaal compositie. Vooral Seurat, die zijn pointillistische techniek doorzet tot op de lijst is een duidelijk voorbeeld.

Bij Van Gogh daarentegen zien we dat hij weinig waarde hecht aan de lijst. De lijsten zijn eenvoudig. Soms, zoals in het schilderij Stilleven met Fruit uit 1887, in bezit van het Van Gogh Museum, heeft hij de kleurstelling van de lijst aangepast aan de overheersende kleur geel van het tafereel. De discussie over de lijsten en van Gogh is nog steeds een actueel gegeven.

In de twintigste eeuw wordt bij sommige kunstenaars de lijst een definitief onderdeel van de compositie. Giacomo Balla in zijn Velocità astratta e rumore, uit 1913, beschouwt de lijst als element van het geheel en schildert alle motieven door op de omringende omlijsting. Picasso speelt daarentegen een spel met de lijst in Pijp en Bladmuziek uit 1914. De lijst is een van de verschillende lagen van de compositie wat het eenvoudige motief een verrassende wending geeft. Salvador Dali gaat tot het uiterste als de lijst de vorm aanneemt van het onderwerp in Paar met het hoofd in de wolken uit 1936.

Piet MondriaanPiet Mondriaan

We eindigen met Piet Mondriaan. Hij vond de lijst niet belangrijk. Een paar eenvoudige latjes, wit of grijs geschilderd, dat mag voldoende zijn. In zijn Compositie in Zwart en Wit II uit 1930, een van de topstukken van het Van Abbemuseum, vervalt het dunne latje en komt een smal lint van textiel daarvoor in de plaats, wit of naturel geschilderd. Voordurend zoekt hij wel naar passende omsluitingen rond zijn abstracte werken. Een citaat uit een brief van Mondriaan (31-03-1921):

"Wat het inlijsten van 't doek betreft ik zou dat niet aanraden. Ik meen dat Does de spijkertjes grijs geschilderd heeft en anders zou dat nog kunnen gedaan worden, zonder lijst doen mijn dingen het beste. Als die mijnheer 't echter liever anders wil aankleden zou 't kunnen zooals ik vroeger deed door een dun latje (zoo dik als een duimstok, zoo iets) er tegen aan te spijkeren… deze tekening is niet heel duidelijk, maar je begrijpt het wel. 't Latje zou mat verguld of wit of grijs kunnen zijn."

Bekijk deze link voor een geheel overzicht van de presentatie van Edwin Becker over De Lijst