In de Salon: Gerrit Jan de Rook
Vrienden Van Abbemuseum

In de Salon: Gerrit Jan de Rook

concrete en visuele poëzie.
08/05/2015

Deze keer in de Salon, een avond voor de fijnproevers. Concrete en visuele poëzie staat niet meteen bij iedereen op het netvlies gebrand. Gelukkig heeft Gerrit Jan de Rook  een leven lang zich voor deze bijzondere fijnzinnige materie geïnteresseerd.  De inleider gooit al meteen een balletje op door een uitspraak van Beatrix Ruf, de directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, te parafraseren. ‘Omdat taal ontoereikend is hebben we beeld nodig‘.  In de kleine, maar zeer informatieve catalogus die Gerrit Jan aan de bezoekers uitreikt staat meteen al bij  het eerste gedicht wat de essentie van deze avond is. Het, in 1954 in Duitsland door de Boliviaan Eugen Gomringer  gepubliceerde gedicht ‘schweigen’ ,geeft programmatisch aan wat concrete poëzie wil , namelijk zo beknopt mogelijk gebruik maken van woorden.  Het visuele beeld ondersteunt de inhoud en verduidelijkt.  En dat is inderdaad de essentie, het spel met woorden en beeld

Gerrit Jan gaat in op de oorsprong en functie van taal en het woord. Eerst is er taal. Taal kan pas ontstaan als in het bewustzijn van de soort een bepaalde grens is overschreden. Taal kan dan uit tekens of klanken bestaan. Wij mensen zijn anatomisch in staat deze klanken duidelijk te specificeren en ze om te vormen tot woorden. Taal bestaat dan uit klanken die het woord vormen. Het woord is in principe een abstrahering van een begrip. Maar een woord is nooit identiek aan het inhoudelijke, maar een beeld van een begrip. Het woord kan bestaan als klank, maar evolueert historisch later ook in geschreven vorm tot een beeld. Eigenlijk zijn woorden codes die wij in de communicatie gebruiken.

In de concrete poëzie wordt het spel met taal en beeld gespeeld.  Gerrit Jan bespreekt een periode in de twintigste eeuw dat concrete poëzie een specifieke kunstvorm kan worden, hoewel in het verleden al vormen zijn ontstaan. We denken terug aan de kunst van de rederijkers, die het spel met woorden en beeld intensief gespeeld hebben.  Het eerste beeld van zijn presentatie stamt dan ook uit 1600, waar de dichter een ode op de ‘flacon’ visueel maakt door de tekst in de vorm van een fles weer te geven. Inhoud en beeld spelen nu al het spel van de visuele en concrete poëzie.

In de loop van zijn presentatie belicht Gerrit jan diverse facetten van de concrete poëzie.  Overeenkomsten in taal doordat bepaalde woorden letters gemeen hebben, waardoor typografische vondsten worden gedaan. Spelletjes die de kijker dwingen geconcentreerd  te kijken.  De relatie tussen het wit van de pagina, de vorm en plaatsing van de letters , het gebruik van de schrijfmachine!  Kortom, een hele avond vol met vondsten, met ontdekkingen, met eye-openers.  Hij eindigt met uitspraken van de dichter Frans Vanderlinde, die zegt dat taal zijn eigen energie heeft. Woorden hebben het recht om zelfstandige identiteiten te zijn. Men moet woorden opnieuw uitvinden. Schoonmaken. Taal, zegt hij, is een mooi ding.

Wilt u de presentatie van Gerrit jan de Rook nogmaals rustig bekijken, klik dan op de volgende link: Gerrit Jan de Rook presentatie

Voor verdere informatie, zie de catalogus visuele poëzie: visuele poezie_opt