In de Salon: Jacomijn den Engelsen
Vrienden Van Abbemuseum

In de Salon: Jacomijn den Engelsen

over de houtsnede en de emotionele stilte
07/10/2019

Het schilderij van Giovanni Bellini, waarin Maria troost zoekt bij het lichaam van haar gestorven zoon openbaart intimiteit die verscholen zit onder het oppervlak van het menselijk gelaat. Bellini en de Renaissance, de opleving van het erfgoed van de klassieke oudheid, de herontdekking van het lichaam als drager van emotie, maar ook van inventiviteit en innovatie.

Met dit beeld begint Jacomijn den Engelsen als zij een ingetogen verhaal houdt over haar werk. Ingetogen, zo kan men haar werk karakteriseren, ondanks de zichtbare spectaculaire techniek die zij beheerst. Dit contrast tussen inhoud en techniek en materiaal maakt haar werk onverwacht boeiend.

Het tweede schilderij dat zij toont, van Botticelli, als inspiratiebron voor een grafisch werk, laat opnieuw haar voorkeur voor intimiteit zien. In het dramatische beeld dat Botticelli schept, een theater met emotionele gezichtsuitdrukkingen en vertwijfelend geheven handen, kiest Jacomijn voor het detail, links onder, waar Maria Magdalena de voeten van de haar geliefde gestorven Jezus koestert. De stilte in haar gezicht, haar gesloten ogen, verraden het intense verdriet dat in haar zit opgesloten.

Twee keuzes, geïnspireerd door grote werken uit de Renaissance, laten zien dat Jacomijn de exuberantie van emotie in haar grafisch werk vermijdt, maar het aan de toeschouwer overlaat deze opgesloten gevoelens zich toe te eigenen. 

Jacomijn den Engelsen is kunstenares met een fascinatie voor grafiek, in bijzonder voor de houtsnede. Zij studeerde cum laude af aan de Academie St. Joost in Breda, waar zij woont en werkt in een atelierwoning. Na St. Joost volgde zij een studie aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen, een instituut, vergelijkbaar met de Rijksacademie. Haar werk is opgenomen in collecties van Nederlandse banken, universiteiten, ministeries, particulieren en het Rijksmuseum. Daarnaast exposeerde zij onder andere in Nederland, Canada, New York en Rusland. 

De houtsnede is een techniek met een rijke geschiedenis. De eerste boeken werden zelfs al in hoogdruk vervaardigd door gehele pagina's in houten platen uit te snijden. de bekende blokboeken. De techniek van de hoogdruk werd door kunstenaars verder ontwikkeld. Jacomijn den Engelsen heeft zo een geheel eigen wijze van werken ontwikkeld. Zij koopt in eerste instantie altijd materiaal dat voor iedereen beschikbaar is, namelijk triplex dat in elke houthandel verkrijgbaar is. Met verschillende soorten holle beitels, gutsen, maakt zij insneden in het hout. Typerend voor haar werk is het raster, de grid, van waaruit zij haar beelden laat ontstaan. Na de plaat hout met inkt zwart gemaakt te hebben, steekt zij met een dunne guts een horizontaal en verticaal raster van lijnen in het hout. De lijnen worden vanuit haar eigen motorische beweging met de hand uitgesneden. Soms, bij enkele portretten worden geometrische lijnstructuren toegevoegd. Zo creëert zij een ruimte waarin het beeld, de voorstelling kan ontstaan. Door met een brede guts materiaal weg te halen, laat zij het wit in de houtsnede verder toe en kan een voorstelling ontstaan. Het is een prachtige, maar ook complexe techniek waarin zij aan de gerasterde ruimte licht toevoegt waardoor het beeld ontstaat. Deze werkwijze is het omgekeerde van de manier hoe een lijn in een tekening ontstaat. In de tekening bestaat reeds de lijn en het zwarte vlak, maar in de houtsnede van haar ontstaat door het toevoegen van het wit, wat eigenlijk het negatief is, een positief beeld.

Koppen, portretten, handen, door mensen gemaakte voorwerpen zijn een inspiratiebron. Studie van technieken in het buitenland verdiepen haar werk, net als de samenwerking met andere kunstenaars.

Samen met Goedele Peeters, een Belgische kunstenares, werkte zij aan een boek met 16 houtsneden en lithografieën. Elk reageerde in haar beeld op het beeld van de ander, waardoor associatieve impulsen ieders werk een nieuwe en eigen inhoudelijke gelaagdheid gaven. Het boek dat ontstond, A Human Condition, geeft uiteindelijk een melancholisch beeld van hun beiden kunstenaarschap. 

Samen met Margriet Thissen en Leonie van Santvoort besloot zij om niet alleen associatief op elkaars werk te reageren, maar de ander in het eigen werk toe te laten. De extra dimensie die het werk daardoor krijgt is bijzonder. De intimiteit van jezelf wordt doorbroken en de ander krijgt toegang waadoor bijzondere kunstwerken ontstaan. Deze werken op groot formaat waren te zien in Helmond, in de Cacaofabriek, een ruimte waar kunstenaars onverwachte wegen mogen inslaan.

Het is al gezegd. Haar portretten zijn stil, ingetogen en geven een vermoeden van een innerlijke emotie. Nogmaals, de geïnteresseerde kijker kan deze emotie invoelen. Einfühlung is de naam hiervoor,  zoals de kunsthistoricus Wilhelm Worringer al in het begin van de twintigste eeuw betoogde. 

Einfühlung of inleving, betekent dat de kijker zichzelf in het kunstwerk herkent wat een gevoel van geluk oplevert. Voorwaar, zo ontstaat de echte basis voor realisme en naturalisme! Portretten hebben bij haar altijd een bestaande realiteitsbasis. Zij gebruikt onder andere foto's die het juiste gevoel opleveren. Zoals de fotoserie met sporters die allen in wanhoop na een mislukte actie, de handen voor het gezicht slaan. Maar ook haar dochter Mette is voor haar een ideaal model. Mette, met een gezicht dat beantwoordt aan klassieke schoonheidsidealen, geeft haar mogelijkheden om emotie om te zetten in stilte en introversie. 

De moderne dans biedt uitdagingen. Niet alleen voor de dans, maar ook voor de toeschouwer. Jacomijn bewondert de motorische kracht en theatrale diversiteit van de dansers. De onverwachte en onmogelijke lijkende lichamelijke acties beïnvloeden haar werk. Door elementen van lichaamsdelen als afzonderlijke houtsneden te gebruiken, kan zij de veelheid en complexiteit van de dansante beweging benaderen in een veelheid van composities. Daarmee wordt een nieuwe benadering van de houtsnedentechniek gecreëerd. Het beeld ontstaan door manipulatie van onderdelen en kan steeds in elke prent afwissend toegepast worden.

De houtsnede is als beeld hard en scherp omlijnd. Echte variaties in grijswaarden zijn moeilijk. In de Japanse grafische kunst, de Ukiyo-e prent, of de prent van het Vlietende Leven, wordt de kleur  in de achtergrond genuanceerd en vloeiend opgebracht. De Japanse meester Hiroshige is voor haar een van de voorbeelden. De Ukyo-e  vereist een aparte techniek. Jacomijn ging naar Japan, Art in Residence, om zich onder leiding van een meester-drukker deze techniek eigen te maken. Papier wordt met fijne borsteltjes met aquarelverf behandeld om zo de gewilde vloeiende kleurnuances te krijgen. Een ander techniek is om nat papier te bewerken met òf aquarelverf, òf verdunde acrylverf. De verf impregneert het papier en onder druk, door wrijven met een glad voorwerp kan de juiste toon verkregen worden. Hierdoor kan een prent een extra dimensie krijgen en wordt picturaal. De harde en directe lijnen en vlakken van de houtsnede contrasteren met de zachtheid van de vervloeiende kleuren.

Er is veel mogelijk met de houtsnede techniek. Houten voorwerpen hebben allen hun eigen structuur en zijn afdrukbaar. Houtnerven geven het materiaal reliëf en afwisselende hardheid en zachtheid. Zo ontstaan drukken met behulp van bestaande materialen. Denk aan de houten kist, de stoel van Van Gogh, de inventaris van de tassen van een dakloze. 

De houtsnede heeft bij Jacomijn een evolutie ondergaan. Techniek en materialen passen zich aan en geven ook nieuwe inhouden aan het beeld. Uiteindelijk is haar werk, ondanks de stilte en introversie, een imponerende verrassing.

Bekijk hier de presentatie van Jacomijn den Engelsen.

Piet van Bragt