Jörg Immendorf, Hört auf zu malen, 1966
Jörg Immendorf, Höhere Wesen befahlen, 1969
Jörg Immendorf, Eskalation dithyrambisch, 1973

‘Hört auf zu malen’ (1966) van Jörg Immendorff werd aangekocht door directeur Rudi Fuchs in 1977 en geldt samen met ‘Höhere Wesen befahlen’ (1969) van Sigmar Polke en Markus Lüpertz ‘ tot een van de cruciale aankopen van dat jaar. Hij kocht de werken bij Galerie Michael Werner. Vooral de aankopen van Immendorff en Lüpertz waren belangrijk omdat deze de katalysatoren waren van wat Fuchs later een ‘vruchtbaar proces van gisting’ zou noemen, waarbij verschillende esthetische houdingen en tradities op elkaar inwerkten. Afgezien van de individuele kwaliteiten van de drie kunstwerken en de positie die ze innemen in de verschillende oeuvres, komen in deze groep ook op een mooie manier verschillende houdingen ten aanzien van de schilderkunst en de invloed daarop van de ‘buitenwereld’ tot uitdrukking.

Beschrijvingen van de artistieke carrière van Immendorff beginnen vaak met het schilderij ‘Hört auf zu malen’. Hij vervaardigde het werk toen hij nog een student was van Joseph Beuys aan de Düsseldorfse kunstacademie. De woorden ‘Hört auf zu malen’ zijn impulsief over het doek gekalligrafeerd. Daaronder is een kruis met bruine verf getekend die het bed en de hoed eronder als het ware wegstreept. De hoed van Beuys hangende aan het hoofdeinde van het bed. Immendorff maakte het werk uit onvrede met de schilderkunst in het algemeen en met de schilderijen die hij in die periode vervaardigde. ‘Hört auf zu malen’ kan gelezen worden als een protest tegen de pure schilderkunst waarin geen stelling wordt genomen. Zijn werk geeft geen antwoord, maar stelde provocerende vragen.

In zijn boek ‘Hier und Jetzt. Das tun was zu tun ist’, (1973) schrijft Immendorff over het werk: ‘In diesen Bild wollte ich mein Unbehagen über eine Malerei äussern, die sich selber genug ist und zu keinem Problem Stellung nimmt. Es ist gegen eine Malerei gerichtet, die belieblig zu deuten ist. Ist diese Absicht ohne Kommentar zu erkennen? – Mann muss doch annehmen, ich wollte die Malerei überhaupt abschaffen. Auch ohne Kommentar bezieht dieses Bild eine Position. Die Position der unklarheit. Mein Wollen war nicht entscheidend, sondern das Ergebnis.’ (1)

De consequentie die Immendorff uit deze stelling trekt resulteert in een provocatieve vorm van performance: de ‘agit-prop achtige’ Lidl-Aktionen.
Met vrienden en mede-studenten van Joseph Beuys aan de kunstacademie hield Immendorff kritische discussies over zijn ‘baby art’. In 1968 besloot hij de Lidl-Akademie op te richten. Het woord Lidl werd ontleend aan het geluid van een rammelaar van een baby. Met de term Lidl – evenals DADA afkomstig dus uit de kindertaal – werd regressie gebruikt als een vorm van cultureel protest. Ook de kinderlijke verbasteringen in taal als ‘Teine Tunst Machen’ en ‘Bä Tunst’ verwijzen naar deze vorm van protest. De baby was Lidl’s politieke paradigma en het spel het artistieke middel.
De Lidl-Akademie groeide uit tot een plek voor actie. Een plaats waar schilders, activisten, schrijvers en filmmakers hun werk toonden. De basisgedachte achter Lidl was de omwenteling van de maatschappij door kunst. De leden waren intensief betrokken bij de kraakbeweging en demonstreerden tegen de torenhoge huren, woningschaarste en het ontbreken van atelierruimtes.

Voorstel Lidl-activiteit, 1969Voorstel Lidl-activiteit, 1969
Voorstel Lidl-activiteit, 1969Voorstel Lidl-activiteit, 1969
Draaiboek, 1969Draaiboek, 1969
Draaiboek, 1969Draaiboek, 1969

De meeste LIDL-activiteiten trachtten kunst en leven dichter bij elkaar te brengen. Op 19 december 1969 trad Immendorff met Chris Reinecke van de Lidl-Akademie op in het vernieuwde Globetheater van de Stadsschouwburg te Eindhoven met de Lidl-performance ‘Liebeserklärungen’. Deze z.g. Lidl-activiteiten waren ludieke en cynische performances die werden uitgevoerd met kinderlijke middelen. Het decor werd vaak gevormd door schilderijen met dikwangige baby’s zoals het schilderij uit de Van Abbe-collectie ‘Bä Tunst’ uit 1966 en muurkrantachtige woord-beeld schilderijen, die verwantschap vertonen met ‘Hört auf zu Malen’. Gestuurd door de opvatting dat het theater aan het publiek toebehoort verdeelde hij het podium in zestien gelijke vierkanten en begon deze uit te zagen om ze vervolgens aan het publiek uit te delen. Toen de directie in Eindhoven doorkreeg hoe de gloednieuwe vloer werd behandeld met hamer en beitel werd er ingegrepen en de performance voortijdig afgebroken.

Optreden Lidl-Akademie in Eindhoven, 1969 (Foto: Pieter Boersma)Optreden Lidl-Akademie in Eindhoven, 1969 (Foto: Pieter Boersma)
Optreden Lidl-Akademie in Eindhoven, 1969 (Foto: Pieter Boersma)Optreden Lidl-Akademie in Eindhoven, 1969 (Foto: Pieter Boersma)
Optreden Lidl-Akademie in Eindhoven, 1969 (Foto: Pieter Boersma)Optreden Lidl-Akademie in Eindhoven, 1969 (Foto: Pieter Boersma)

In 1981 vond Immendorff’s solotentoonstelling ‘Pinselwiderstand’ in het van Abbemuseum plaats. Rudi Fuchs kaartte hiermee een dilemma aan. Aan de ene kant werkten kunstenaars aan het formele modernistische onderzoek dat zou moeten leiden tot een pure schilderkunst. Aan de andere kant opereerden de meer subversieve kunstenaars die ageerden tegen de stilistische dogma’s en werkten met duidelijk politieke boodschappen. In het centrum van de polemiek stond ‘Pinselwiderstand’, een presentatie met meer dan zeventig tekeningen, schilderijen en aquarellen. Bij deze tentoonstelling werd een boek gepubliceerd dat een overzicht bevatte van de LIDL-activiteiten uit de periode 1966-1970. In zijn tekst voor het vouwblad benadrukte Fuchs dat voor de opkomst van de moderne kunst de schilderkunst werd gebruikt als visuele propaganda voor ideeën van politieke-sociale en godsdienstig-culturele aard. Door het modernisme was de nadruk komen te liggen op artistieke problemen, waardoor het politieke standpunt in het werk werd geneutraliseerd. De analyse van Fuchs in het vouwblad leidde tot commentaar vanuit de kunstwereld. De discussie spitste zich toe op de vraag of Immendorff erin slaagde zijn politieke stellingname in evenwicht te brengen met een nieuwe esthetiek.

Opening Pinselwiderstand. vlnr.: Immendorff, Martin Visser en Michael Werner

Fuchs’ analyse in het vouwblad leidde vooral bij criticus Philip Peters tot kritiek. Hij betoogde dat Immendorffs stilistische motieven wel degelijk samenhingen met zijn ideologische motieven en dat Fuchs in die zin een schijntegenstelling creëerde. Een meer interessante vraag volgens Peters was of Immendorff erin slaagde om zijn politieke stellingname in evenwicht te brengen met een schilderkunstige vorm.

Noten:

1. J. Immendorff, Hier und Jetzt : Das tun, was zu tun ist. Auf welcher Seite stehst Du, Kulturschaffender? Materialien zur Diskussion : Kunst im politischen Kampf (Köln : Gebr. König, 1973) p. 33

Literatuur:

W.M. Faust, G. De Vries, ‘Hunger nach Bildern. Deutsche Malerei der Gegenwart’ (Köln, 1982)
R. Fuchs in vouwblad ‘Jörg Immendorff : Pinselwiderstand’, Eindhoven, 1981
P. Peters, ‘De overtuigende ingewikkeldheid van Jörg Immendorff’, in: De Tijd,15 mei 1981 Catalogus ‘Jörg Immendorff: LIDL 1966-1970’, Eindhoven, 1981