Vrienden Van Abbemuseum

Kunst en cultuur

Een noodzakelijk vermaak?
11/02/2015

Rob Schoonen, de coördinator van de kunstredactie van het ED, schreef naar aanleiding van het weekend ‘Hallo Cultuur! een artikel over zijn geconstateerde apathie voor de actuele moderne beeldende kunst. Kunst constateert hij,  moet blijkbaar vermakelijk zijn. Kunst moet hanteerbaar, genietbaar en consumeerbaar zijn. De oudjes die dat nog wel waarderen tellen niet meer mee en daarmee wordt iedereen boven de leeftijdgrens van veertig jaar bedoeld. Maar zijn zorg  geldt voor de aanstormende jeugd. De jeugd stelt op cultureel gebied andere prioriteiten. Ook de politiek speelt daar op in.  Halbe Zijlstra, de toenmalige staatssecretaris van cultuur in zijn bezuinigingstraject, heeft dat goed begrepen. Als politicus moet je zorgen dat je in de volgende stemronde overeind blijft. Dus zoek je een doelgroep die je boodschap begrijpt. En actuele kunst met zijn vormen van engagement is voor de gemiddelde kijker niet altijd eenvoudig te consumeren. Engagement vraagt om betrokkenheid, concentratie en tijd. Vooral dat laatste aspect is problematisch. Alles moet wel snel gaan en liefst in hapklare brokken. En dus is al dat engagement maar moeilijk, daarbij kost het veel geld en levert het niets op. Dat is bij velen de mening. Toen ondergetekende onlangs in het ED daar zijn mening over gaf, namelijk dat een stad die de innovatie in zijn vaandel heeft geschreven ook een innovatief museum verdient, waren de online reacties helder. En vooral het financiële plaatje is voor velen een heikel punt en toch niet bepaald een aspect waarvoor jongeren meteen warm lopen. Gelukkig, de echte geschreven reacties waren duidelijk genuanceerder en positief.
Op dit moment wordt een discussie gevoerd in het NRC over engagement in de kunst. Hans den Hartog Jager, toch niet de minste onder de critici, merkt op dat links en rechts zoals we dat in de politiek graag gebruiken, niet meer van deze tijd is en dat engagement in de kunst ook zijn functie heeft verloren.  Daarentegen zegt Jelle Bouwhuis, een van de aangevallen curatoren, waaronder ook Charles Esche, dat engagement nu juist die prikkel in het maatschappelijk debat kan zijn. Kunst is dan niet meer alleen het mooie plaatje, maar een stimulans om op een andere en meer innovatieve wijze naar de wereld om je heen te kijken. Dus het is geen rituele dans van curatoren (Hans den Hartog Jager), maar een kans om met twee benen in de klei, zoals Bouwhuis zegt, aan het nieuwe en uitdagende in de maatschappij deel te nemen. En dat is nu precies iets voor jonge mensen, die nog niet door traditie en status gehersenspoeld zijn. Ik zag  tijdens de Dutch Design Week grote groepen zeer geïnteresseerde jongeren bijna letterlijk het museum bestormen om het nieuwe te ontmoeten. Design en innovatie, broertje en zusje. Niet voor niets is Eindhoven misschien wel de innovatieve hoofdstad. Jonge mensen zien hun kansen en beginnen, soms bijna uit het niets, aan innovatieve avonturen. Strijp S staat er vol mee. Het mooie van deze jonge bedrijven is de claim die ze leggen op creativiteit. En omdat soms een product geproduceerd wordt waarvan men de economische implicaties nog niet altijd precies kan inschatten is er nogal eens verloop. Er zijn mensen in de stad die dat niet begrijpen. Onlangs keek ik op internet naar een filmpje van de dorpsnar Jos Kessels, die scheldend en tierend door Strijp S loopt, alles verwensend wat op zijn pad komt , omdat het volgens hem alleen maar subsidieslurpers zijn! Misschien is het die bevolkingsgroep aan te rekenen dat zij creativiteit niet als het hoogste niveau van cognitie aanvaarden.

Creativiteit betekent dat men zijn denkcapaciteit niet alleen inzet om problemen op te lossen, maar dat men mogelijkheden gaat onderzoeken. Nogmaals, een hogere trap van intelligentie.  De Canadese neurobioloog en erkende specialist op het gebied van intelligentieonderzoek James Calvin zei dat creativiteit, in feite het hele bovenste niveau van intelligentie en bewustzijn, een mentaal spel is, waarbij ons denken een hoger niveau bereikt. Creativiteit wordt door velen direct gelinkt aan kunstenaarschap, hoewel creativiteit op onderzoeksafdelingen op de TU/e, ASLM en de High Tech Campus maximaal wordt gewaardeerd.  Onderzoek naar mogelijkheden vindt sinds alle tijden ook plaats in de kunstwereld als een kunstenaar zich rekenschap geeft van zijn plaats in de maatschappij en wat de maatschappij met hem en zijn medemensen doet. Geert Drion publiceerde in 2010 in de Volkskrant een essay: ‘Angst voor het vreemde maakt cultuur kapot’. In dit essay heeft hij het over het ‘culturele gesprek’, waarin een kunstwerk iets van je vraagt dat in het gewone leven niet zo vaak voorkomt, namelijk om je gebaande paden te verlaten, je oordeel op te schorten en je zintuigen te openen. Dat is voor hem de essentie van contact. Jelle Bouwhuis geeft in zijn antwoord op het essay van Hans den Hartog Jager zijn artikel een mooie en veelzeggende titel: De wereld verandert de kunstenaars. Hiermee wordt veel gezegd over engagement. Hij eindigt zijn essay met de opmerking dat vanaf de hoge bergtop waarop de kunstcriticus zit het nieuwe krachtenveld tussen kunst en samenleving niet te vatten is. Daarom staat volgens hem de geëngageerde kunstenaar en curator met twee benen in de wereld, en soms letterlijk in de klei. Zijn laatste verzuchting is dan ook: Wanneer komt de criticus eens van zijn rots?
De discussie in het NRC tussen den Hartog Jager en Bouwhuis is interessant voor het Van Abbemuseum. Ook dit museum staat met zijn beide voeten in de klei. Het is te hopen dat ook het Van Abbemuseum zich in deze discussie gaat mengen. Daarbij is het interessant te weten dat El Lissitzky in 1920 al een bijdrage leverde toen hij zei dat de kunstenaar aan het veranderen is van een nabootser in een constructeur van de nieuwe wereld van objecten.
Gelukkig dat er discussie is. Zonder meningsuitwisseling zouden we de gebaande paden nooit verlaten. En dat is wel de opgave.