Kunst in de openbare ruimte in Eindhoven
Vrienden Van Abbemuseum

Kunst in de openbare ruimte in Eindhoven

02/12/2019

In Nederland is overal beeldhouwwerk in de openbare of publieke ruimte te vinden, zo ook in Eindhoven. Beelden zijn qua vorm en stijl karakteristiek voor een bepaalde periode en kunnen – net als gebouwen – bijdragen tot de identiteit van de stad.

Beeldend werk in de openbare ruimte in de stad Eindhoven was voor het jaar 1900 een onbekend fenomeen. De oudste beeldhouwwerken in Eindhoven hebben vooral een religieus karakter. Eindhoven was toen nog klein en allesbehalve een rijke stad.  Als er kunst in de stad verschijnt hangt dat ook samen met een verhoogt zelfbewustzijn. Beelden worden geplaatst als men trots is op de eigen omgeving, als men het belangrijk vindt om daar een meerwaarde aan te geven. Tevens is het een signaal dat de inwoners van de stad zich op een intellectueel hoger niveau gaan begeven. De invloed van de industriële ontwikkeling in de stad is hier mede debet aan.

Openbare ruimte in de stad is niet alleen de omgeving. Hiermee wordt ook de publiek toegankelijke ruimte bedoeld. Men gaat het belangrijk vinden om beeldende kunst een plaats te geven in bijvoorbeeld het stadhuis, in scholen, ziekenhuizen. 

In de eerste periode, vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is de kerk de voornaamste opdrachtgever. Als in 1853 de kerkelijke hiërarchie wordt hersteld en de kerkgebouwen weer voor de katholieke eredienst gebruikt kunnen worden, wordt bij de restauratie van die gebouwen onder invloed van het oplevende katholicisme de nadruk ook weer gelegd op de beeldende kunst. Aanvankelijk zoekt men aansluiting in de architectuur bij middeleeuwse architectuurvormen.  De architect Pierre Cuypers heeft hierin een grote rol gespeeld. Van belang is te weten dat Cuypers naast architectuur een eigen visie had op beeldende kunst, wat tot uitdrukking kwam in zijn toepassing van wandschilderingen en verwijzingen naar historie en religie in de door hem toegepaste beeldende kunst. Vooral zijn belangstelling voor de gotiek kan in zijn beeldend en architectonisch werk herkend worden. De architectonische vormen zoals portalen en wimbergen waren uitnemend geschikte plaatsen voor beeldhouwkunst. Goede voorbeelden hiervan zijn overal in Eindhoven terug te vinden, met de Sint-Catharinakerk als het grote voorbeeld

Na 1910, als de bevolkingsgroei in Eindhoven exponentioneel wordt door de groeiende industrie, ontstaat er een nieuwe vorm van opdrachtgeverschap. Vooral Philips gaat een belangrijke rol spelen. Ook Henri van Abbe zoekt bij de bouw van het Van Abbemuseum een aansluiting bij de nationale ontwikkeling van de bouwkunst.

De periode van de wederopbouw na de oorlog start met de restauratie van de Catharinakerk. De werkzaamheden daaraan worden in 1947 voltooid door de architect C.H. de Bever. in 1949 wordt begonnen met de bouw van het stadhuis. Bij deze bouwactiviteiten wordt de behoefte zichtbaar om de oorlogsherinneringen zichtbaar te maken in beeldende kunst.  Met de opkomst van een generatie Nederlandse beeldhouwers gaat in de twintigste eeuw de bouw- en monumentale beeldhouwkunst hierin een rol spelen. Na de Tweede Wereldoorlog neemt de behoefte aan oorlogsmonumenten een hoge vlucht. De behoefte aan herkenbaarheid is groot, zodat men vooral voor figuratieve kunst kiest, waarbij opvalt dat men de vernieuwingen in de kunst die op dat moment zichtbaar worden niet in de openbare ruimte wil toelaten. Kunstvernieuwingen uit de periode tussen de twee wereldoorlogen krijgen echter wel hun kans. Door tentoonstellingen in Nederland en het directe buitenland heeft men hiermee kennis kunnen maken. De percentageregelingen – om 1 of 1½ % van de bouwkosten van overheidsgebouwen voor decoratieve aankleding te bestemmen – is een grote stimulans.. Daarnaast geven de openluchttentoonstellingen zoals Sonsbeek te Arnhem en museale presentaties zoals Kröller-Müller een extra stimulans aan de beeldhouwkunst. De figuratieve beeldhouwkunst met traditionele materialen zoals steen, brons, hout, keramiek en kunststeen krijgt door vernieuwing concurrentie van abstract expressionistische, geometrische of minimalistische vormentaal tot omgevingsvormgevingen en lichttoepassingen toe, waarbij andere materialen zoals ijzer, aluminium en kunststoffen worden toegepast. In Eindhoven wordt in 1955 een Fonds Stadsverfraaiing ingesteld om beelden te financieren, in 1961 komt er een vaste adviescommissie en vanaf 1975 draagt de Commissie Stadsbeeld zorg voor de kunst in de openbare ruimte. Door bezuinigingen is deze commissie verdwenen en is er minder aandacht voor onderhoud van het openbaar beeldenbezit, zodat er soms ongelukken gebeuren, los nog van vandalisme en diefstal.

Kunst- en cultuurhistoricus Peter Thoben (Nijmegen 1951) was directeur-conservator van Museum Kempenland Eindhoven. Hij organiseerde talloze tentoonstellingen, begeleid door catalogi en publicaties. Zijn doctoraalscriptie handelde over de Nederlandse beeldhouwkunst. Binnen de Henri van Abbestichting is hij lid van de werkgroep Kunst in de openbare ruimte.

Het Beeldenboek Eindhoven geeft een goed gedocumenteerd overzicht  van de monumentale kunst in Eindhoven. Peter Thoben en Jenneke Lambert hebben met dit boek de beeldende kunst in de openbare ruimte van Eindhoven een grote dienst bewezen.