The Making of Modern Art
The Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse Klasen
Vrienden Van Abbemuseum

The Making of Modern Art

over kunst en het ontdekken van je eigen geschiedenis
02/10/2017

"Ach God! De kunst is lang, en kort is ons leven." Goethe

God is dood. Een wereld is bezweken. Ik ben dynamiet. De wereldgeschiedenis is in twee helften uiteengevallen. Er is een tijd vóór mij. En een tijd na mij. Geloof, wetenschap, moreel besef - fenomenen die hun oorsprong vinden in de angst van primitieve volken. Een tijdperk bezwijkt. Een duizend jaar oude cultuur bezwijkt. De wereld blijkt een blind gevecht tussen losgeslagen krachten. (Hugo Ball, 1917)

Het is onmogelijk om de hele geschiedenis van je eigen tijd te overzien. Ieder leeft in zijn eigen geschiedenis die bepaald wordt door persoonlijke ervaringen en gebeurtenissen waar men al of niet direct bij betrokken bent geweest. Visies en keuzes die ieder zelf heeft gemaakt beïnvloeden het beeld dat men heeft van historische ontwikkelingen. Ook een museum ontmoet dat dilemma. Als een museum over een eigen collectie beschikt, is dat onvermijdelijk een neerslag van een aantal historische keuzes. In de twintigste eeuw is het grootste deel van de collectie van het Van Abbemuseum verzameld. En het is in die periode dat een aantal keuzes zijn gemaakt die het museumbeleid vorm en richting hebben gegeven. Er zijn persoonlijke accenten aangebracht en door nieuwe aanwinsten kon men een eigen specifieke kleur ontwikkelen. De keuze voor deze collectiepresentatie geeft het museum ook een nieuwe kans bijzondere relaties tussen kunstwerken te tonen waardoor ook het eigen bijzondere karakter van het museum onderstreept wordt.

The Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse KlasenThe Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse Klasen

Godfathers

The Making of the Modern Art is voor het Van Abbemuseum een uitgelezen kans om het persoonlijke gezicht van het museum luid en duidelijk te presenteren. Het is niet geheel onverwachts dat men voor een aantal belangrijke insteekmomenten heeft gekozen. De filosofische overwegingen  van Walter Benjamin, naast de tentoonstellingen van Alexander Dorner zijn zo'n ingang. Alfred H. Barr met zijn spraakmakende tentoonstelling Cubism and Abstraction in 1936 in het MoMA is eveneens richtinggevend.  Het proces van desacralisatie en ontkunsting door de secularisatie in de twintigste eeuw en het uiteindelijke utopische vergezicht geven opnieuw een inkijk in de identiteit van het museum. En de koppeling die er is tussen het maatschappelijke en politieke veld en de momenten waarbinnen de kunst zich in het tijdsgewricht van de eerste helft van de twintigste eeuw kon ontwikkelen is helder in dit verzamelbeleid zichtbaar.

The Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse KlasenThe Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse Klasen

God is dood

In 1917 constateert de dadaïst Hugo Ball dat God dood is. Al in de eeuw daarvoor heeft Nietzsche een voorzet gegeven. In deze rationele eeuw kon de overheersing van een rationaliteit helaas ook door verkeerd gericht ressentiment tot catastrofes op wereldniveau leiden. Door voor een vormgeving te kiezen, ontworpen door Goran Djordjevič, die zijn basis vindt in de tijd van het ontstaan van de kunstwerken, krijgt de tentoonstelling een extra meerwaarde. De eerste helft van de twintigste eeuw met Parijs als hoofdstad is een tijd van verval en recessie, van crisis en opkomst van fascistische regimes omlijst door klanken van de jazz en de iconische beelden van Marlène Dietrich. Daar tussendoor moet de kunst zich een weg banen, soms gehinderd en ook meermalen geholpen door veranderende media en technologie. Het is een klimaat van denken, voelen en opinie. De kunst gaf gezicht aan de aantrekkingskracht van het afwijkende, het ketterse. Deze revolutionaire houding zette de kunstenaar aan om bij voorbaat alle heilige huisjes omver te schoppen. Daarnaast verplichtte de avant-gardist zich tot zelfonderzoek. En dat heeft tot gevolg dat de avant-gardisten naar aanleiding van ervaringen van geloof en ongeloof van sociale en politieke ideologieën elkaar onderling heftig hebben bestreden.

The Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse KlasenThe Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse Klasen

Walter Benjamin

In dit klimaat schrijft Walter Benjamin zijn opzienbarend essay: 'Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid'. Het is dan 1936 en het is op dat moment dat film, fotografie en reproductietechniek een acceptabel niveau heeft bereikt.  Benjamin wijst op een van de voor hem meest essentiële aspecten van het unieke kunstwerk: het aura. Hij zegt dat het aura van een kunstwerk betrekking heeft op de actuele situatie, op het hier en nu van het kunstwerk. Het kunstwerk, zegt hij, is geworteld in zijn 'hoogst gevoelige kern' , waarmee hij de echtheid, de authenticiteit, het unieke van het kunstwerk aangeeft. Zodra de reproductietechniek het kunstwerk vermenigvuldigt verliest het zijn aura. Het kunstwerk ontbeert dan zijn 'duurzaamheid' en zijn 'historische getuigenis'. En als de verbinding met zijn rituele basis is verbroken, mist het kunstwerk zijn cultisch fundament.  In 2002 komt Benjamin op dit onderwerp terug en stelt zich de vraag in hoeverre een kopie van een abstract kunstwerk, door zijn reproductie, een realistisch kunstwerk wordt. Hiermee wordt een discussie geopend over de functie van de kopie en hoe de kopie een rol kan spelen in het educatieve bereik van het museum. Dit roept vragen op en de tentoonstelling  The Making of Modern Art, speelt met dit dilemma.

The Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse KlasenThe Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse Klasen

Verzamelen en werkmodel

Veel richtingen in het tentoonstellingsbeleid vinden hun oorsprong in de visie van Alfred H. Barr. Een visie die hij formuleerde in zijn expositie Cubism and Abstraction. Twee richtingen binnen de beeldende kunst zijn voor hem richting gevend, namelijk de geometrische abstractie en de niet- geometrische abstractie. De toenmalige directeur van het Van Abbemuseum, Edy de Wilde, maakte van dit werkmodel een voor hem werkzaam afgeleide dat zijn beleid in de komende jaren direct zou bepalen.

Maar er is meer! De aandachtige bezoeker ontmoet de aandacht en het belang voor het eerste ontstaan van musea, zoals het Louvre en het Vaticaans Museum. En de vraag over desacralisatie , waarmee het ontheiligen van objecten bedoeld wordt en hoe deze objecten tot kunst te  transformeren, wordt al meteen in het begin van de tentoonstelling gesteld. De invloed van Alexander Dorner, die wij kennen van het Kabinett der Abstrakten dat hij samen met Moholy-Nagy ontwikkelde in het Provinzialmuseum in Hannover is tevens een belangrijke leidraad bij het samenstellen van de tentoonstelling. 

The Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse KlasenThe Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse Klasen

En er is nog meer! Kunst wordt ont-kunst! In de jaren dertig beschouwen de nationaalsocialisten moderne kunst als een aantasting van de menselijke waardigheid. Deze kunst komt niet overeen met de hooggeachte Duitse volkscultuur. Vandaar de aandacht voor Entartete Kunst en de Grosse Deutsche Kunstausstellung, waarin de eerste tentoonstelling zich op ontaarde kunst richtte en vervolgens in de Grosse Kunstausstellung de 'echte' Duitse kunst propageert.

The Making of Modern Art is een complexe tentoonstelling met een uitdagend documentair karakter. De wijze waarop de geschiedenis van de moderne kunst in de eerste helft van de twintigste eeuw wordt vormgegeven is bewonderenswaardig. Maar het vraagt wel aandacht, concentratie en tijd van de bezoeker. En wil men dat allemaal investeren, dan is de beloning groot!

 

 

The Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse KlasenThe Making of Modern Art, Van Abbemuseum 2017. Foto: Niek Tijsse Klasen