The Uses of Art [09/09/2013]
Radically Yours #09
Radically Yours

The Uses of Art [09/09/2013]

09/09/2013

In mei dit jaar is het Van Abbemuseum, samen met vijf andere musea en vier andere partners, begonnen aan een groot vijfjarig Europees samenwerkingsproject:The Uses of Art – The Legacy of 1848 and 1989. Het is het tweede project van de nieuwe internationale confederatie van musea met de naam L’Internationale. Het netwerk verbindt het Van Abbe in Eindhoven met musea in Antwerpen, Barcelona, Istanbul, Ljubljana en Madrid. Met een grote serietentoonstellingen en symposia willen alle organisaties de komende jarenonderzoeken hoe ze kunnen komen tot een nieuwe vorm van internationale museumsamenwerking. De jaartallen in de projectnaam (1848 en 1989) functioneren daarbij als achtergrond en verwijzen naar de twee burgerlijke revoluties van de 19de eeuw en het eind van de 20ste eeuw. Dit waren beide momenten waarop grote groepen mensen verspreid over geheel Europa zich met krachtuitspraken voor een nieuwe sociale ordening. In het project willen we deze zowel creatieve als destructieve momenten gebruiken als voeding voor een reflectie op ons heden en de huidige betekenis van burgerlijke instellingen als musea, kunstacademies en universiteiten.

Voor het Van Abbemuseum is het l’Internationale-project The Uses of Art nauw verbonden aan de inhoudelijke agenda van het museum voor de komende vijf jaar. Deze agenda wordt niet zozeer bepaald door ontwikkelingen in de kunst alleen, maar geeft eerder een algemene reflectie op de wereld van nu. Internet,de crisis – zowel politiek als economisch – en het ecologische vraagstuk maken dat de samenleving in de komende jaren ingrijpend zal veranderen. De algemene trend in deze verschuiving is een complexe herstructurering van de relatie tussen micro- en macro politiek. Of, minder abstract uitgedrukt, de verhouding tussen het individu, de kleine gemeenschap als stad of gemeente en de grotere politieke structuren als de provincie, staat en Europa. Het NSA-afluisterschandaal,de Arbaische lente en recentelijk de protesten rond Gezi-park in Istanboel zijn allemaal voorbeelden van de nieuwe verhoudingen tussen groot en klein. Lokale of persoonlijk thema’s als religie, vrijheid van meningsuiting de eindeloze zee van informatie van het wereldwijde web. Dat wil niet zeggen dat alle burgerlijke instellingen in een keer volledig achterhaald zijn geworden.We gaan nog steeds naar de dokter als we ziek zijn, kopen kranten als we geïnformeerd willen worden en gaan naar musea als we kunst willen zien; maar het is meer dat we naast deze klassieke vormen ook altijd nog andere kanalen hebben om toegang te krijgen tot informatie over hetgeen we zoeken of ons is overkomen. De instituties zijn niet in een keer overbodig geworden, maar we gebruiken ze anders, ook kunstmusea. De grootste verschuiving bij de kunst is dat ze niet meer een duidelijk afgesloten en vanzelfsprekend gebied is die zich kan terugtrekken in het museum. Kunst is eerder een soort infiltrant geworden, die overal latent aanwezig is,altijd klaar om toe slaan en actief te worden. Kunst is niet meer een ding meteen eigen identiteit – het kunstwerk – maar eerder een houding: een specifieke manier van kijken of ervaren die iedereen eigenlijk altijd met zich meedraagt, maar die alleen af en toe gebruikt wordt. De basis van deze houding is een onbevangen blik die datgene waarneemt wat al wel zichtbaar is, maar nog niet begrijpelijk. Het is een soort kijken naar het kijken zelf, waarbij alle details die we gewoon zijn over het hoofd te zien zichtbaar worden. In de vroegere moderne tijd werd dit kijken naar het kijken beschouwd als een autonoom gebied en werd de kunst gezien als de plek waar de universele wetten van dit kijken werden geanalyseerd en blootgelegd.

De verhouding tussen publiek en kunstinstelling was eerder passief en gebaseerd op het principe van representatie. In het museum kon de burger de algemene ontwikkeling van de kunst volgen, maar hoefde hij zich er verder niet mee te bemoeien. Vandaag de dag is het belang van de representatieve functie afgenomen en is kunst eerder een soort eigenzinnige ‘app’ op de smartphone van ons burgerschap. Met het l’Internationale-project The Uses of Art zoekt het Van Abbemuseum aansluiting bij dit nieuwe ‘gebruik’ van kunst en de nieuwe verhouding tussen macro en micro politiek. Het museum wordt opgenomen in een decentraal netwerk van musea kennis en ‘grondstoffen’ (de werken in de collectie) vrij en naar behoefte kunnen bewegen. In deze nieuwe structuur zal het museum nog steeds verhalen vertellen over de kunst uit het (recente) verleden en heden. Ze doet dit alleen niet meer als een neutrale en alwetende verteller, maar levert expliciet een specifiek perspectief dat reageert op het huidige moment. Met l’Internationale wil het Van Abbemuseum onderdeel worden van een nieuwe structuur die een aantal karakteristieken deelt met het internet. De uitdaging hierbij is vooral om niet alleen aan de oppervlakte de schijn te wekken de leden of simpelweg een park staan op gespannen voet met de belangen van machtige,nationale overheden. Ook de wijze waarop Europa vanuit haar gebrekkige democratische legitimatie samen met IMF bij de zuidelijke lidstaten rigoureus bezuinigingen afdwingen, geven duidelijk de moeilijke relatie tussen grote supra-nationale structuren en kleinere nationale overheden. In Nederland zijnde voortekenen voor deze omslag een haast eindeloze rij aan kabinetscrisissen van regeringen die nu al bijna een decennium lang verantwoordelijkheden van de rijksoverheid ombuigen, privatiseren en hervormen. Een wel beproefd recept in deze formule is het overhevelen naar gemeentes. Collegiaal worden gemeentes daarom al enige tijd niet meer als ‘lagere’ maar ‘andere’ overheden aangesproken. Het zijn allemaal ontwikkelingen die aangeven dat de dynamiek tussen het lokale en het internationale ingrijpend aan het veranderen is.

 

 

Deze ontwikkeling heeft grote consequenties voor onze cultuurbeleving die van oudsher een sterke nationaal karakter en infrastructuur kent. Musea,universiteiten, kunstacademies zijn nauw verbonden met de moderne, democratisch-kapitalistische natiestaat. Een kenmerk van deze moderne staat is door Auke van der Woud in zijn gedegen studie over het ontstaan van het moderne Nederland treffend omschreven als een omdraaiing van het klassieke‘beschavingsideaal’. Waar voor de 19de eeuw beschaving vooral een taak voor het individu was die eerst zichzelf cultiveerde en daarna zich pas wende tot zijn of haar omgeving, werd de 20ste eeuwse burger beschaafd door dat deze zich in een beschaafde omgeving bevond. De 19de eeuwse natiestaat vertrekt vanuit een idee van maakbaarheid, waarbij van bovenaf bestuurders zich inzetten om een klimaat te scheppen – zowel fysiek als cultureel – voor ordelijke en productieve burgers: de staat als alomvattende machine voor het‘goede leven’. Het museum werd in lijn hiermee omschreven door de Frans de auteur Bataille als een long voor de stad waar de mensen wekelijks doorheen gepompt werden om er verfrist en geïnspireerd uit te komen. Maar het is dit gevoel van orde, controle en geborgenheid dat we in de hedendaagse wereld niet meer terugvinden.Vooral het internet zorgt ervoor dat dit fijnmazig bouwwerk van instituten die bijeengebonden worden door de wat arbitraire eenheid van de natiestaat steeds minder functioneert zoals vroeger. Waar je vroeger op een geordende wijze netjes in het burgerlijke leven van loket naar loket ging, nodigt het internet je uit om je overal mee te bemoeien alsof je zelf aan de andere kant van het loket zit. Artsen, journalisten, politici, maar ook kunstcritici worden dagelijks geconfronteerd met burgers die telkens de bevinding van de expert toetsen aan van l’Internationale op een hippe, digitale manier met elkaar verbonden zijn,maar om ook achter de schermen de werkpatronen zo te veranderen dat zeg aan aansluiten bij de nieuwe tijd. Het versturen van een e-mail is immers zo gedaan, maar een Picasso met een waarde van enkele miljoenen Euro’s transporteren blijft een grotere inspanning.

Maar aan de basis van onze overwegingen staat niet de collectie of het instituut maar de gebruiker. Het microniveau is daarbij belangrijker dan het macroniveau,met als beginpunt het individu als lid van een gemeenschap. Het culturele erfgoed dat alle l’Internationale-leden in hun bezit hebben is verzameld voor en door een gemeenschap – door uzelf. Het verhaal over 1848 en 1989 is daarom niet een verhaal over of voor Europa, maar een verhaal over en voorde mensen die leven in Europa. Want als u zichzelf de vraag stelt: wie ben ik? Dan stelt u die vraag altijd tegen een achtergrond van een ‘wij’ waarbinnen u als individu bestaat. Het Europese ‘wij’ is veelvormig en diffuus en bestaat uit heel veel verschillende gemeenschappen met elk hun eigen verhaal. Die verhalen uitwisselen zodat u uw verbondenheid en verschil kunt ervaren met mensen elders is een hoofddoel voor het Van Abbemuseum en l’Internationale.Wij hopen zo dat u kunst en het museum in de komende tijd zult gebruiken om vorm te geven aan de wereld die komt; dat het museum een plek kan zijn waar u zich thuis voelt en waar u uitgenodigd wordt om na te denken over uw plek in de wereld vandaag en morgen. Dat mag utopisch klinken, maar niet onvoorstelbaar. En elke reis begint toch met een droom over wat kan tegenover wat is– zeker als die reis vijf jaar mag duren.

L’Internationale bestaat uit Moderna galerija (Ljubljana, Slovenië); Museo nacional centro de arteReina Sofía (Madrid, Spanje); Museu d’art Contemporani de Barcelona (Barcelona, Spanje); Museumvan Hedendaagse Kunst Antwerpen (Antwerpen, België); SALT (Istanbul, Ankara, Turkije) en VanAbbemuseum (Eindhoven, Nederland). Andere partners voor The Uses of Art zijn Aprior / KoninklijkeAkadamie voor Schone Kunst (Gent, België); Grizedale Arts (Conniston, Verenigd Koninkrijk);Liverpool John Moores University (Liverpool, Verenigd Koninkrijk) en Universität Hildesheim (Hildesheim,Duitsland). Voor meer informatie over l’Internationale en The Uses of Art zie de tijdelijkwebsite: internacionala.mg-lj.si (eind november gaat de nieuwe website live).

Verder is voor deze tekst gebruik gemaakt van onder andere Auke van der Woud, Een nieuwe wereld, het ontstaan van het moderne Nederland, Amsterdam (Bert Bakker), 2006 (tiende druk 2013).An English version of this essay is available at www.vanabbemuseum.nl