Vijfentwintig jaar Vrienden van het Van Abbemuseum
Vrienden Van Abbemuseum

Vijfentwintig jaar Vrienden van het Van Abbemuseum

met een symposium waarin kunst en wetenschap elkaar konden ontmoeten
13/02/2020

Kunst en wetenschap kunnen elkaar echt ontmoeten. Einstein zei het al toen hij de Franse dichter Saint-John Perse vroeg hoe hij ideeën voor gedichten kreeg. "Intuïtie en verbeelding", was het antwoord. Een reactie die Einstein verrukte, zoals hij zelf zei.

Wetenschap en kunst zijn beiden op zoek naar de essentie van de wereld waarin wij leven. Het symposium van de Vrienden wil deze vraag voorleggen in een symposium, hoewel zij weten dat hierop geen definitief antwoord is te verwachten. Elke discipline heeft daarvoor zijn eigen methoden ontwikkeld, met zienswijzen en werkwijzen die in de loop der tijd steeds verder evolueren. Beiden willen een antwoord geven op datgene wat hen telkens opnieuw verrast. Maar zal dat antwoord een definitieve oplossing bieden?  Toen Einstein zijn relativiteitstheorie formuleerde had hij misschien een mogelijk antwoord gegeven op de vraag naar de essentie van tijd en ruimte in het universum. Een antwoord dat kort op wiskundige wijze geformuleerd werd met E = MC2. Maar dit antwoord,  dat een schijn van volledigheid inhield, bleek uiteindelijk nieuwe wegen te openen in de natuurkunde. De zoektocht naar de Theory of Anything, de zoektocht naar het definitieve antwoord op alle vragen over het universum, zal uiteindelijk meer mogelijkheden openen dan het door hem oorspronkelijk geformuleerd antwoord. De vraag is natuurlijk of het definitieve antwoord op een wetenschappelijke vraag een eindoordeel kan zijn? Als na analyse  en experimenten duidelijkheid is geschapen, zal altijd een kleine rafelrand in het onderzoek de weg openen naar ander en verder onderzoek. Zo niet, dan zijn we aanbeland bij het einde van de wetenschap. Dan is er niets meer te onderzoeken, dan weten we alles en kunnen we de deur sluiten.

Hoe is dat bij kunst? Kan bij kunst ook het definitieve volmaakte kunstwerk ontstaan? Of is ook hier altijd sprake van een rafelrand, een irritatie, een kleine opening  die het kunstwerk een mate van ondoorgrondelijkheid zal blijven geven? Is het volmaakte kunstwerk een utopie, een kunstwerk dat niets meer van de kijker bij de ontmoeting vraagt? 

Vier inleiders vanuit het wetenschappelijke en culturele veld  verzorgden een inleiding om vanuit hun expertise zichtbaar te maken hoe kunst de wetenschap kan ontmoeten.

Raymond van Ee, hoogleraar perceptie en neuroscience te Leuven en Nijmegen presenteerde in een gloedvol betoog hoe fysieke perceptie een elementair proces is bij de waarneming door het menselijk brein. Zijn stelling dat kunst inspireert, maar wetenschap concludeert maakte hij duidelijk in een bevlogen  visuele presentatie.


Godelieve Spaas, als lector verbonden aan Avantis Hogeschool  maakte in een verhaalsessie duidelijk wat zij van de toekomst kon verwachten De vraag wat de waarde van onze actuele kennis in de toekomst waard is, is van belang. Zijn wij in staat te voorzien wat de toekomst ons brengt? En, niet in de laatste plaats, hoe de verbinding van economie, natuur en samenleving dan een nieuwe balans weet te creëren. Godelieve hield een uitdagend verhaal waarin zij noodzaak aangaf om samen maatschappelijke vernieuwing te ontdekken.

Peter Delpeut, cineast en auteur ziet verbeelding als een voertuig voor verhalen. Om de waarheid te kunnen begrijpen  vindt hij essenties in zijn verhalen en kan hij de wereld beter begrijpen, waarbij beeldende kunst essentieel is.  De waarheid vindt een basis in mythen en sagen die steeds weer opnieuw verteld moeten worden. Hij introduceerde de Claudespiegel als een instrument om anders naar de waargenomen wereld te kunnen kijken. In zijn roman 'In het zwart van de spiegel' wordt de Claudespiegel het middel om op een nieuwe wijze naar de wereld en in het bijzonder het landschap te kijken. Hij illustreerde zijn verhaal met behulp van het schilderij van Poussin ''Landschap met onweer' en onthulde de verborgen boodschap van een Bacchustempel waarin alles verteld wordt, de hele wereld in al zijn verscheidenheid. En tot verrassing van eenieder liet hij zien dat de moderne iPad symbolisch is voor de Claudespiegel. Hij eindigt met de belofte: 'als je je iets kunt voorstellen, dan kun je het ook maken.'

Willem Fermont, geoloog, paleontoloog en onderzoeker van dromen sloot de sessie van de sprekers af. Hij stelde dat 'onderzoek naar het onderbewuste ons inzicht in de gezamenlijke bron van wetenschap en kunst kan vergroten.' De werkelijkheid kan hij met zijn studie van de droom relativerend beschouwen. Naast zijn wetenschappelijk werk kan hij zijn dromen zichtbaar maken in zijn kunstzinnig werk. Hij eindigde op grandioze wijze zijn referaat met een performance van een 'Kunst- en vliegwerk'. Hij voerde een vlieg-tuig ten tonele dat volgens hem echt kan vliegen, mits men voldoende verbeeldingkracht in zich heeft om dat verschijnsel te kunnen ondergaan. 

Het symposium eindigde met een forumgesprek onder leiding van ondergetekende, waarin aspecten van de onderlinge beïnvloeding van kunst en wetenschap aan de orde kwamen en het proces van intuïtie gezien werd als een belangrijke basis voor de ontmoeting tussen wetenschap en kunst.

Vijfentwintig jaar Vriendschap met het van Abbemuseum kwam zo tot een bevredigende slotsom. Het was een bijzondere dag met een prikkelend thema, maar ook een dag met goede gesprekken en ontmoetingen. En daar zijn de Vrienden toch voor!

Piet van Bragt,

met dank aan Nick van Broekhoven