Foto: Cleo Goossens
Charles Esche (2004-2024)
Collectief perspectief
In augustus 2004 trad in de Engeland geboren Charles Esche (1962) aan als directeur van het Van Abbemuseum. Deze positie combineerde hij met prestigieuze opdrachten in het buitenland. Zo stelde hij tentoonstellingen en biënnales samen in onder andere Turkije, Slovenië, Brazilië en Zuid-Korea.
Waar het artistieke beleid voorheen uitging van het museum als een ‘neutrale’ plek waarin moderne kunst een individuele esthetische uiting was, liet Esche juist de maatschappij het museum binnen. Hij benadrukte dat het in de kunsten niet gaat om objecten, maar juist om ideeën of relaties. Dit leidde tot een verschuiving van het individuele perspectief naar dat van het collectief. Dit belang van het collectief kwam met name tot uiting in de laatste twee tentoonstellingen die Esche maakte; Kunst is een werkwoord (2024) en Two Sides of the Same Coin (2025).
Ideologische breuklijnen: pseudomarxisme, dekolonisatie en demodernisering
In de artistieke ontwikkeling van het museumprogramma tijdens Esche’s twintigjarige directoraat zijn twee stadia te herkennen. De eerste werd door critici als ‘pseudomarxistisch’ bestempeld. Zelf zag Esche deze periode liever als creatief nadenken over de erfenis van het socialisme na de ineenstorting ervan in 1989. In deze fase waren de ideeën van cultuurfilosoof Walter Benjamin van invloed op de artistieke koers; moderne kunst wordt niet verteld vanuit de individuele blik van een creatief genie, maar door de relatie tussen de kunstwerken en de sociale en materiële context waarin ze tot stand komen. De tentoonstelling die deze positie het beste weergaf, was Vormen van Verzet (2007-08). Deze expositie reflecteerde op sociaal engagement in de kunsten tijdens vier historische momenten in de geschiedenis. Het gedachtegoed van Benjamin is ook terug te zien in de uitnodigingen aan Dan Perjovschi, Yael Bartana en Wilhelm Sasnal in 2006. Allen gaven met hun werk inzicht in politieke onzekerheid en daarmee het potentieel voor vaak gewelddadige verandering.
Esche’s affiniteit met het Marxisme kenmerkte met name de eerste tien jaar van zijn directeurschap, maar verdween ook daarna nooit helemaal uit beeld. In de tweede helft onder zijn bestuur van het Van Abbemuseum voerde het dekoloniale gedachtegoed echter de boventoon. Deze dekoloniale wending werd ingegeven door een voortschrijdend inzicht in uitsluiting van groepen in het museumprogramma en blinde vlekken in de collectie en het verzamelbeleid. Die nieuwe koers had grote invloed op de curatoriele praktijk van het museum. Deze visie vinden we terug in solotentoonstellingen van onder andere Sheela Gowda (2013), Rasheed Araeen (2017) en de duo-tentoonstelling van Gülsün Karamustafa en León Ferrari uit 2021-22. Ook de langer lopende tentoonstellingen en projecten als Verborgen Verbanden (doorlopend vanaf 2016), de multi-zintuiglijke collectiepresentatie Dwarsverbanden (2021-2026) en Soils (2024) zijn in belangrijke mate door het dekoloniale denken gevormd.
Een antwoord op deze dekoloniale ideologie die veel projecten in het museum inspireerde, was het concept van demodernisering. Demodern denken door een museum met een Noord-Atlantische, grotendeels witte, Westerse en mannelijke collectie was volgens Esche een actieve manier om bezig te zijn met dekolonialiteit. Maar om de collectie en het programma daadwerkelijk te demoderniseren, moest volgens Esche eerst worden onderzocht hoe het Van Abbemuseum en moderne kunst verbonden zijn met koloniale uitbuiting. Dat bracht de tabaksindustrie op Sumatra van oprichter Henri van Abbe aan het licht, die met deze koloniale verdiensten in 1936 een kunstmuseum stichtte. In Esche’s optiek moest demoderniseren verder gaan dan het geven van een stem aan hen die ook in het heden onderworpen zijn aan koloniale systemen van macht. Hij pleitte daarom voor een waaier van pluriversele - als tegenhanger van universele - ideeën. Voor Europa zag hij hierbij een rol weggelegd waarbij het continent niet langer zichzelf als maatstaf stelt, maar juist onderdeel uitmaakt van ‘een wereld waarin vele werelden passen’.
Een museum voor iedereen
Naast het museumprogramma, motiveerde Marx’ gedachtegoed Esche tijdens zijn directeurschap ook in zijn streven naar een breder, jonger en nieuw publiek dan de traditionele, hoogopgeleide elite. Om dat te bereiken werkte de Indiase kunstenaar Praneet Soi samen met Eindhovense technische onderzoekers, bracht de tentoonstelling Soils Brabantse boeren naar het museum en trok een hiphoptentoonstelling met bijbehorende Art Night jonge, urban gemeenschappen naar het Van Abbemuseum die er voorheen nog nooit geweest waren. Zo maakten in twintig jaar tijd nieuwe groepen kennis met het Van Abbemuseum; een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.
Suggesties voor verder lezen
- Dwarsverbanden, Multi-zintuiglijke collectiepresentatie, Charles Esche, et al. (Eindhoven, Van Abbemuseum, 2024).
- Soils, Charles Esche, et al. (Eindhoven, Van Abbemuseum, 2024).
- The Museum is Multiple, Van Abbemuseum 2004-24, Charles Esche en Chương-Đài Võ (Eindhoven, Van Abbemuseum, 2024).