Bridging Minds
Verbeelding en daadkracht verbinden

Foto: Almicheal Fraay
Bridging Minds verkent de verbindende kracht van ontwerp. Ontwerp verbindt mensen en ideeën, vragen en oplossingen, vandaag en morgen. De tentoonstelling, die opent in oktober 2025, brengt zo’n 100 werken samen van ontwerpers en kunstenaars uit de collectie van het Van Abbemuseum en daarbuiten. Gastcurator Miriam Van der Lubbe vertelt over de aanleidingen en context van Bridging Minds en deelt de keuzes en overwegingen die richting hebben gegeven aan de tentoonstelling.
Bridging Minds neemt de verbindende kracht van ontwerp als uitgangspunt en vraagt wat er gebeurt als ontwerp verbeelding aan daadkracht verbindt. Ontwerp kan ons daadwerkelijk helpen bij de kleine dingen en zo het verschil maken in ons dagelijks leven. En het kan positief bijdragen aan onze omgang met de grote vraagstukken die ons allemaal raken, zoals de klimaatcrisis, sociale ongelijkheid en opkomende technologieën.
Soms zijn die bijdragen groots en meeslepend, soms ook juist klein of zelfs ogenschijnlijk naïef. De tentoonstelling toont beide kanten van het spectrum, en alles daartussenin, en laat zien dat de waarde schuilt in voorwaarts denken en het zetten van die eerste stappen.
Bijdragen vanuit optimisme
Bridging Minds vertrekt niet vanuit het probleemkader van de mondiale uitdagingen en crises. Gastcurator Miriam van der Lubbe koos nadrukkelijk voor een benadering die optimisme en een positieve inbreng centraal stelt. Dat wil niet zeggen dat de grote uitdagingen van deze tijd met een lichtzinnige blik worden bekeken. Van der Lubbe ziet de urgentie ervan niet over het hoofd; wel wil zij een gericht perspectief op handelen benadrukken: "Bij de keuze voor de werken ben ik uitgegaan van handelingsperspectief; ontwerpen en kunstwerken die niet alleen reflecteren maar echt ergens aan bijdragen."
De grootte van de bijdrage of de schaal van de ambitie staan daarbij niet voorop. De vraag is elke keer: wat kan dit object, dit idee, deze interventie betekenen voor individuen of gemeenschappen? Dichtbij, persoonlijk of op bescheiden schaal. Of systeemgericht en met grote reikwijdte.
Drie ankerpunten
In het samenstellen van Bridging Minds koos gastcurator Miriam van der Lubbe voor drie ankerpunten die verdere richting geven aan de tentoonstelling. Deze ankerpunten nodigen bezoekers uit om te ontdekken hoe ontwerp verweven is met het Van Abbemuseum, met de regio Eindhoven en met betekenisvolle impact in de wereld.
In het samenstellen van Bridging Minds koos gastcurator Miriam van der Lubbe voor drie ankerpunten die verdere richting geven aan de tentoonstelling. Hier schetst Van der Lubbe de context van de tentoonstelling en vertelt over hoe ontwerp verweven is met het Van Abbemuseum en de collectie.
De Van Abbemuseum-collectie
Het Van Abbemuseum heeft een traditie van kritisch denken, pionieren en onderzoek: het museum stelt vragen op het gebied van kunst en samenleving op een experimentele manier aan de orde. Zo sluit de kunstcollectie van het museum op verschillende manieren aan bij het ontwerpvak, en het werk in de collectie heeft in de loop der jaren vele ontwerpers geïnspireerd.
Edelkoort-collectie
In 2022 verwierf het museum zo'n 50 designobjecten uit de collectie van Lidewij Edelkoort. Deze aankoop markeerde een omslagpunt in het collectiebeleid. Waar de designobjecten in eerste instantie werden beschouwd als onderdeel van de kunstcollectie, en niet als een afzonderlijke afdeling, groeide later toch de wens om ontwerp een duidelijkere plek te geven binnen de collectie als geheel. Bridging Minds is daarom een verdere verkenning van de plek van ontwerp in het museum. Én van de relatie tussen het Van Abbemuseum en de wereld van ontwerp.
Verweving kunst en ontwerp
Heel bewust verweeft Bridging Minds de discipline van ontwerp met de kunstcollectie in het museum. Daarmee wordt het museale vocabulaire verbreed: kunst en ontwerp raken vaak dezelfde vragen, maar doen dat met verschillende middelen en werkwijzen. De grenzen tussen kunst en ontwerp vervagen: beide disciplines verbeelden, bevragen en verstoren soms, en beide laten alternatieve benaderingen landen in gebruik, infrastructuur en rituelen van alledag. Door de werken naast elkaar te tonen, ontstaat een ruimte waarin ideeën en voorstellen doorwerken naar doen, bouwen en uitproberen.
Een uniek ontwerpprofiel
Bridging Minds wil bovendien een eerste voorstel doen voor het bouwen van een uniek 'ontwerpprofiel' voor het Van Abbemuseum. Ontwerp is opgenomen in de collecties van diverse Nederlandse musea, zoals het Centraal Museum in Utrecht, Het Stedelijk Museum in Amsterdam en Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Elke collectie heeft een ander zwaartepunt en ieder collectiebeleid vertrekt vanuit andere overwegingen. Juist in deze regio ligt een kans om een uniek profiel te ontwikkelen voor ontwerp in het Van Abbemuseum.
Werkplaats voor collectievorming
Zo fungeert Bridging Minds als een werkplaats voor collectievorming. De bijzondere objecten uit de Edelkoort-collectie vertegenwoordigen slechts een klein deel van het ontwerpdomein. De tentoonstelling zoomt uit en oriënteert zich op het ruimere ontwerp-werkveld. Het kiest nadrukkelijk voor breedte in tijd en benadering: er is plaats voor actuele projecten, maar ook voor eerdere speculaties en pioniers die het veld hebben gevormd. Die historische spreiding helpt om maatstaven te kalibreren. Wat in 1995 futuristisch leek, kan nu een spiegel zijn voor onze huidige omstandigheden. Door oudere en nieuwere stemmen naast elkaar te tonen, ontstaat een kader waarmee toekomstige verwervingen kunnen worden getoetst: welke projecten bieden handelingsperspectief, welke maken een verschil in het sociale weefsel, welke openen onverwachte verbindingen met de kunstcollectie?
In het samenstellen van Bridging Minds koos gastcurator Miriam van der Lubbe voor drie ankerpunten die verdere richting geven aan de tentoonstelling. Hier gaat Van der Lubbe dieper in op de band tussen ontwerp en de regio Eindhoven.
De band tussen ontwerp en regio Eindhoven is sterk en diepgeworteld. Eindhoven staat bekend als de officieuze designhoofdstad van Nederland. Met het jaarlijkse evenement Dutch Design Week, de aanwezigheid van een organisatie als Dutch Design Foundation, opleidingsinstituten zoals Design Academy Eindhoven en de Technische Universiteit, én een bloeiend ecosysteem van bedrijven, labs en creatieve makers, vormen de stad en de bredere regio een broedplaats voor experiment en innovatie.
Korte lijnen
Veel projecten in Bridging Minds zijn op directe of indirecte wijze verbonden met Eindhoven en omgeving. Sommige ontwerpers groeiden op in de omgeving of studeerden hier, anderen wonen en werken in de regio of onderhouden nauwe banden met lokale partners. Het gaat dus niet om een louter geografische link, maar om een gedeeld ecosysteem waarin kennis en creativiteit circuleren. De nabijheid van onderwijsinstellingen, hightechbedrijven, maakplaatsen en maatschappelijke initiatieven zorgt voor korte lijnen tussen idee en uitvoering. Bridging Minds zet dat kenmerk in de spotlights: de tentoonstelling wil zeker niet vervallen in regionalisme, maar wel laten zien wat er bereikt kan worden in een regio wanneer mensen elkaar weten te vinden over de grenzen heen van vakgebieden en sectoren.
Cultuur van samenwerking
Die regionale dynamiek werkt op meerdere niveaus. Enerzijds is er de tastbare infrastructuur: bedrijven die faciliteren of prototypen vervaardigen, onderzoeksinstituten die deuren openen, ateliers en sociale initiatieven die ontwerpen testen in de praktijk. Anderzijds is er de cultuur van samenwerking die de regio kenmerkt. In de regio heerst een pragmatische nieuwsgierigheid en er bestaan weinig harde grenzen tussen disciplines of sectoren: men is gewend om kennis uit te wisselen en gezamenlijk te experimenteren. In zo’n klimaat krijgt ontwerp een rol als verbinder en aanjager: het brengt mensen samen, helpt nieuwe coalities te vormen en vertaalt complexe vragen naar werkbare voorstellen.
In het samenstellen van Bridging Minds koos gastcurator Miriam van der Lubbe voor drie ankerpunten die verdere richting geven aan de tentoonstelling. Hier vertelt Van der Lubbe waarom de tentoonstelling bezoekers uitnodigt om de impact van ontwerp te bekijken door de bril van de Sustainable Development Goals.
De 17 Sustainable Development Goals (SDGs) van de Verenigde Naties vormen samen een plan om de wereld in 2030 eerlijker, gezonder en duurzamer te maken. Ontwerp kan hierin een rol spelen, soms op heel bescheiden schaal, soms met grotere ambities. Bridging Minds nodigt je uit om de werken eens te bekijken door de bril van de SDGs. Welke doelen raken ze? Welke vormen van positieve impact worden tastbaar?
Door de lens van SDGs
De SDGs bieden een gedeelde taal voor urgente maatschappelijke opgaven. In de tentoonstelling fungeren de SDGs niet als instrument voor directe toetsing, maar als een lens die uitnodigt om de rol van ontwerp in dit bredere kader te overwegen. Daarmee ontstaat een rijker inzicht in wat het ontwerpveld kan betekenen. Een project dat een gevoel van veiligheid versterkt, kan worden gelezen in relatie tot inclusieve publieke ruimte en gelijke toegang tot voorzieningen. Ontwerpen die zorgzaamheid en zelfredzaamheid stimuleren, corresponderen met doelstellingen rond gezondheid, onderwijs en gelijkheid. Werken die nieuwe omgangsvormen met materialen verkennen, sluiten aan bij verantwoorde consumptie en productie. Ontwerpen die de relatie met de natuur centraal stellen, raken aan leven op land en in water.
Tastbare impact
Deze benadering sluit aan bij het optimistische vertrekpunt van de tentoonstelling: niet de problemen staan centraal, maar de stappen die worden gezet. Door de koppeling met de SDG’s ontstaat een breder inzicht in de rol van ontwerp vandaag: als praktische kracht die ideeën vertaalt naar tastbare impact.
Een breder perspectief: scouts
Het curatorenteam van Bridging Minds werd bijgestaan door drie zogenoemde scouts. Deze deskundigen met uiteenlopende achtergronden en expertises droegen bij aan een breder georiënteerde selectie die verschillende perspectieven zichtbaar maakt. Zo weerspiegelt Bridging Minds de diversiteit aan stemmen en ervaringen die het veld van ontwerp kenmerken en ontstaat een meerstemmige benadering van wat ontwerp vandaag kan betekenen. Hier delen de scouts hun perspectief op de kracht van ontwerp.
"Ik heb mij vooral op de 'jongste' generatie ontwerpers gericht: op degene die vrij recent zijn afgestudeerd, of op projecten die dicht bij de leefwereld van jongeren staan. In mijn rol als projectleider van Design Academy Eindhoven Graduation Show heb ik de afgelopen 8 jaar steeds van heel dichtbij kunnen zien wat er speelt bij deze jonge groep. Thema's als culturele achtergrond en persoonlijke ontwikkeling, maar ook stedelijke ontwikkeling en klimaat overstijgen het individu en vind ik inspirerend. Het feit dat deze jonge designers grote topics weten te vangen in een helder en begrijpelijk project vind ik tentoonstellingswaardig."
"Met mijn achtergrond als industrial designer, destijds nog student, richtte ik me op de mix tussen design, universiteit en techniek.
Een van de krachten van ontwerp is dat ontwerpers hun ideeën en processen zo weergeven dat ze begrijpelijk en communiceerbaar worden voor een breed publiek. Daardoor kunnen meer mensen vanuit verschillende perspectieven betrokken raken. Ontwerpers maken een vertaalslag waardoor ingewikkelde dingen toegankelijk worden. Net zoals kunstenaars dat kunnen eigenlijk – kunst en ontwerp staan wat dat betreft ook dicht bij elkaar. Ontwerpers voegen daar de directe toepasbaarheid aan toe door oplossingen concreet en pragmatisch te maken.
Mijn advies aan bezoekers? Ik zou ten eerste willen zeggen dat een expositie altijd een versimpelde weergave is van een onderwerp. Daarom zou ik aanraden om vooral vragen te durven stellen bij wat je ziet. En ga daarover in gesprek met de mensen om je heen: hoe interpreteren zij de werken, wat denken zij dat er allemaal bij komt kijken, en wat betekent het voor hen?"
"Vanuit mijn rol als onderzoeker bij Het Nieuwe Instituut richtte ik me op praktijken die alternatieve manieren ontwikkelen om de wereld gezamenlijk vorm te geven. Ik lette op ondergerepresenteerde deelnemers in het ontwerpproces, menselijk en niet-menselijk, en op ondergerepresenteerde vormen van samenzijn. Ik zocht ontwerpers en collectieven die het idee van ‘ontwerp als verbindende factor’ kritisch bevragen: wie wordt verbonden, wie valt erbuiten, en welke andere vormen van verbinding bestaan? Ook koos ik projecten die als testing grounds opereren: werken die niet alleen perspectieven tonen, maar ook alternatieve werelden op kleine schaal bewerkstelligen.
Ontwerp schept niet vanzelf verbondenheid; dat hangt af van de omstandigheden. Maar het kan relaties tastbaar maken: door ruimtes voor ontmoeting te creëren, extractieve structuren te ontwrichten, collectief auteurschap te benadrukken en onderlinge afhankelijkheden zichtbaar te maken.
Mijn hoop is dat bezoekers vertrekken met het gevoel dat er andere manieren van samenleven mogelijk zijn. Benader de werken dus met nieuwsgierigheid, niet met verwachting, en kijk naar de relaties die ze zichtbaar maken. Tussen mensen, niet-mensen en de infrastructuren die ons leven vormgeven."